blog

Bij de buren (11): De Duitse Scarpa

Architectuur

Eichstätt. Ik moet eerlijk bekennen dat ik tot voor kort nog nooit van dit stadje had gehoord. Eerlijk gezegd is dat ook niet zo gek: het heeft ongeveer 13.000 inwoners en ligt centraal in Oberbayern. De afstand tot de drie grote Beierse steden (München, Nürnberg en Augsburg) is ongeveer honderd kilometer, terwijl de dichtstbijzijnde grotere stad Ingolstadt is, met name bekend als productiestandoord van Audi.

Bij de buren (11): De Duitse Scarpa

Eichstätt ligt, kortom, in een stuk niemandsland. Toch zijn er voor architecten en architectuurtoeristen goede redenen om Eichstätt te bezoeken.

Die reden is de architect Karljosef Schattner. In Duitsland is hij in de vergetelheid geraakt en in Nederland is hij niet echt bekend. Tussen 1956 en 1991 heeft hij als architect, bouwmeester van het bisdom en bouwmeester van de universiteit in Eichstätt gewerkt. Zodoende heeft hij grotendeels het huidige stadsbeeld bepaald.

Het oeuvre

Het is zelden zo passend om over een oeuvre te praten als in het geval van Schattner. Ga maar na: zijn werk staat vrijwel zonder uitzondering in deze stad, met uitzondering van een paar projecten in de omringende dorpen en een woonhuis in Ulm. Daarnaast was hij betrokken bij vrijwel elk openbaar en semi-openbaar gebouw dat gedurende vier decennia in Eichstätt is gebouwd. Is het niet als architect, dan als adviseur, zoals het geval is bij de door Günther Behnisch ontworpen centrale universiteitsbibliotheek.

 Kantoorgebouw voor de universiteit, 1978-1980. Het gebouw wijkt enorm van de bestaande bebouwing, maar past niettemin naadloos in de omgeving.

De gebouwen, die Karljosef Schattner in Eichstätt realiseerde, zijn (in chronologische volgorde):

  • Haus Schattner, 1957 (uitbreiding 1967)
  • Studentenverblijf Mariaward i.s.m. Josef Elfinger, 1959-1961
  • Haus Rindfleisch, 1960-1961
  • Universiteitsgebouwen bij de zomerresidentie i.s.m. Josef Elfinger, 1960-1965 (uitbreiding 1979-1980)
  • Staats- en seminariebibliotheek, 1963-1965
  • Kerk „Zur Heiligen Familie“, 1963-1965
  • Beneficiatenhuis, 1964-1965
  • Verbouwing van de voormalige Domdecanaat, 1965-1966
  • Verkleedruimte voor het bisschoppelijke seminarie, 1966
  • Scholierenverblijf St. Richard, 1967-1969
  • Haus dr. Deinhart, 1968-1969
  • Verbouwing Bisschoppelijk paleis, 1970-1971
  • Verbouwing van de voormalige bisschoppelijke zomerresidentie tot universiteitsgebouw, 1971-1974
  • Woningen in het Wiesengäßchen, 1973-1974
  • Verbouwing van de Willibaldsburg tot het Juramuseum, 1973-1976
  • Haus dr. Diener (1974-1976)
  • Uitbreiding van het voormalige Domdecanaat, 1976-1978
  • Kantoren van de universiteit, 1978-1980
  • Verbouwing van het Ulmer Hof tot het faculteitsgebouw voor Katholieke Theologie, 1978-1980
  • Verbouwing van de voormalige hofstallen tot een studentencomplex, 1979-1981
  • Verbouwing van de Kipfenberger Speicher tot het Diözesanmuseum, 1979-1982
  • Bisschoppelijk seminarie, 1981-1984
  • Woonhuis voor de Domprobst, 1983
  • Uitbreiding van het Diözesanarchief, 1985
  • Faculteit voor de journalistiek, 1985-1987
  • Verbouwing van een voormalig weeshuis tot faculteitsgebouw voor psychologie en journalistiek, 1985-1988
  • Universiteitsmensa, 1986-1988
  • Verbouwing en uitbreiding van het Schloss Hirschberg, 1987-1992
  • Verbouwing van een verzorgingstehuis in een verpleeghuis, 1996

In Eichstätt zijn dus op een betrekkelijk klein oppervlakte de ontwikkeling van het gehele werk en de opvattingen van één architect nauwkeurig te volgen. Op zich is dat aardig voor een architectuurhistorisch overzicht, maar het werk van Schattner biedt voldoende aanknopingspunten voor een architectuurtoeristisch bezoek.

 Verbouwing van het Ulmer Hof tot de faculteit voor Katholieke Theologie, 1978-1980. De boekenkasten van de leeszaal vormen de vierde wand voor het voormalig open hof om van een buitenruimte een leeszaal te maken.

De moderniteit in de provincie

Op veel plaatsen in Europa is te zien dat de moderne architectuur worstelt met het platteland en vice versa. Of het nu wordt toegedicht aan het gegeven dat de opvattingen op het land conservatiever zijn dan in de grote stad, of doordat de cultuur hier meer gericht is op overleg in plaats van op grote gebaren (waar het modernisme bij uitstek voor geschikt is): ik weet het niet.

En eigenlijk is het ook niet van belang voor het werk van Schattner. Hij wist namelijk heel goed hoe moderne architectuur in een historische viel in te passen. Zijn architectuur is een pleidooi voor een terughoudende, lokaal gerichte opvatting van het modernisme. Voor zover het werk van Schattner radicaal is te noemen, is dat omdat hij de moderne architectuur inpaste in een historisch perspectief, zoals bijvoorbeeld ook Erik Gunnar Asplund  en Carlo Scarpa deden.

 Verbouwing van de Kipfenberger Speicher tot Diözesanmuseum, 1979-1982. In de bestaande ruimte is een nieuw betonnen dakconstructie en prefab betonnen trap geplaatst, alsmede een soort kluisdeur.

 Verbouwing van de Willibaldsburg tot Juramuseum, 1973-1976. Een bijzonder zitelement onder de witgestucte restanten van een voormalige gewelfconstructie.

Omgang met het bestaande

Met laatstgenoemde architect vertoont het werk van Schattner de nodige overeenkomsten. Het duidelijkst is dit te zien bij de door hem gerealiseerde verbouwingen en uitbreidingen. Ofschoon vrijwel al zijn werk een bepaalde terughoudende elegantie en een complexe gedetailleerde simpelheid bezit, komt zijn werk het meest tot leven als hij direct met een historisch gebouw wordt geconfronteerd. Net zoals ik van Scarpa projecten zoals de restauratie van het Castelvecchio in Verona of het Palazzo Querini Stampalia in Venetië de meeste zeggingskracht vindt hebben.

Voor mij ligt in de omgang met de historische context dan ook de kracht van de architectuur van Schattner: hij toont aan dat een gebouw in een historische omgeving geen rechtstreekse kopie hoeft te zijn om in de context te passen. Sterker nog, hij verafschuwt deze vorm van architectonische imitatie. In plaats daarvan zet hij allerlei citaten van delen van de historische bebouwing (vormentaal, ritme van de vensteropeningen, materiaal- en kleurgebruik) in om een subtiele samenhang tussen bestaand en nieuw tot stand te laten komen.

 
Verbouwing van het voormalige Domdecanaat, 1965-1966. Nieuw portaal uit Jura-marmer in de bestaande gevel.

Leren van Schattner

Als er iets is in het werk van Schattner, wat voor het huidige architectuurklimaat relevant kan zijn, is het volgens mij deze visie op het versmelten van oud en nieuw:

„Ich meine, daß der Dialog zwischen dem Heute und Gestern notwendig ist und eine Auseinandersetzung zwischen beiden stattfinden muß. Die Anpassung und noch so geschickt verpackte Imitation wird vorhandene historische Architektur entwerten. Wir kommen nicht umhin, mit unseren Mitteln, unseren Konstruktionen durch den Horizont unserer Zeit begrenzt, unsere Aufgaben zu lösen.

Wir werden dabei erfahren, daß durch eine Nachbarschaft moderner Architektur neue Anregungen für das Wahrnehmen, das Erkennen bislang unbekannter Eigenschaften historischer Architektur möglich gemacht wird. Architektur löste und löst immer dieselben Probleme: Material und dessen Struktur geltend zu machen. Rhythmus, Symmetrie und Asymmetrie anzuwenden. Licht und Schatten auszunutzen. Die Tektonik der architektonischen Massen, ihres Maßstabes und der wechselseitigen Proportionalität ihrer Bauteile einzusetzen.

Gerade die Vielfältigkeit und Vielseitigkeit historischer Architektur verlangt, daß wir mit Phantasie und Freude darauf reagieren. Wir müssen mit unseren Wünschen an die historischen Gebilde herangehen und sie lebendig machen. Der Wert, der von historischer Architektur ausgeht, liegt in der Vielfalt der Details, liegt in der Qualität derselben.

Es ist interessant, zu beobachten, wie unterschiedlich scheinbar gleiche Elemente sind. Diese Differenzierung macht den Reiz historischer Städte aus. Hierüber entsteht eine Individualität, die aber eine übergeordnete Verbindlichkeit nicht leugnet. Dies alles ist aus einer Geisteshaltung heraus entstanden und war niemals Tarnung. Ich meine, daß es auch heute möglich sein muß, die Probleme zu lösen allerdings nicht über die Tarnung und nicht über eine falsch verstandenen Individualismus, der im Grunde Egoismus ist.“

 Verbouwing van de Kipfenberger Speicher tot Diözesanmuseum, 1979-1982. Een nieuwe staalconstructie vangt de krachten van de bestaande houten dakstoel op.

Dit (lange) citaat van Schattner (van de website van de KU Eichstätt) heb ik onvertaald gelaten, omdat ik zijn denk dat zijn heldere taalgebruik veelzeggend genoeg is.

De foto´s bij dit bericht zijn afkomstig uit het boek dat in 1988 over zijn werk is verschenen bij uitgeverij Hatje.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels