blog

Architectuurkritiek moet lokaler en op Youtube

Architectuur

Tim de Boer (1979) interviewde ik voor mijn tweede blog over architectuurkritiek. Hij is secretaris van de Deelregeling Stedenbouw bij het Stimuleringsfonds voor Architectuur (SfA) en organiseert daar de populaire masterclasses architectuur- en stedenbouwkritiek. Dat het SfA tijd en moeite steekt in dergelijke activiteiten, bewijst dat er vraag is naar meer en betere kritiek. Ik vroeg me daarom af hoe De Boer over het vak denkt.

Architectuurkritiek moet lokaler en op Youtube

 

De Boer schrijft naast zijn aanstelling bij het SfA voor verschillende media. Alles wat hij schrijft staat op zijn site. Een architect zei De Boer ooit dat hij niet over gebouwen zou mogen schrijven, omdat hij niet weet hoe ze tot stand zijn gekomen. Dit betekent echter dat alleen een architect iets over het gebouw mag zeggen en daar is hij het niet mee eens: “Het is interessant om te weten wat de bedoeling is achter een gebouw, maar je moet je er niet door laten leiden in je kritiek. Misschien is het achteraf wel verzonnen.”

Kritische houding

De Boer ziet echter het nadeel van een kritische houding ten opzichte van het verhaal van de architect. Soms levert het problemen op als de architect niet tegen kritiek kan. Hij weet wel een oplossing: “Het Franse tijdschrift Criticat heeft een tekenaar in dienst die de gebouwen tekent, zodat de redactie niet afhankelijk is van de architect voor beelden van het gebouw.”

Nederland mist architectuurkritiek

In Nederland zijn we volgens mijn gesprekspartner nog niet zo ver. Hij vindt zelfs dat er in Nederland momenteel geen medium is waar lokale architectuurkritiek kan worden beoefend. “Vroeger vervulde Archis die rol, maar sinds het Volume heet, is de focus veel internationaler. Terwijl ik denk dat kritiek in de toekomst veel lokaler wordt, waardoor er meer diversiteit ontstaat. Een goed voorbeeld is in die zin het blad Postplanjer, waarin de architectuur en de stedenbouw van Utrecht wordt beschreven.” Deze lokale benadering kwam tevens aan de orde in een tweet die De Boer ontving over dat er meer veldwerk moet plaatsvinden. “Critici moeten niet achter hun bureau zitten wachten op persberichten die binnenkomen, maar moeten naar buiten.”

Belang van het (Nederlandse) debat

De internationale focus van veel architectuurkritiek betreurt De Boer ook in de zin van de kwaliteit van het debat in Nederland. “Het debat met het brede publiek dien je in het Nederlands te kunnen voeren. Je hebt bepaalde begrippen nodig om je ontwerp uit te leggen en de toepassing daarvan vergt oefening. Het zou toch raar zijn dat je je ontwerp aan de wethouder ergens in Nederland alleen in het Engels kunt toelichten.”

Wat is een goede kritiek?

Volgens de Boer zijn de hort op gaan en in het Nederlands schrijven goede randvoorwaarden, maar bij een goede kritiek schrijven komt nog meer kijken. ”Wanneer je discussieert over wat een goede kritiek is, beland je al snel in een academisch debat.” Het is eenvoudig om kritisch te zijn over een gebouw, maar het is veel lastiger de goede dingen te beschrijven. Hij benadrukt dat het van belang is dat een criticus kijkt naar het proces en naar het eindresultaat. “Een architect kan binnen zijn mogelijkheden het maximale resultaat hebben bereikt, maar dat kan nog steeds onvoldoende zijn, bijvoorbeeld wanneer het een goed gebouw op de verkeerde plek is.”

Critici met (politieke) agenda’s

De Boer leest graag oude kritieken terug, zoals de recensies van Lewis Mumfort die hij schreef in de jaren twintig en dertig voor The New Yorker. “Mumfort schreef zijn kritieken vanuit een ideologische visie. ” Vroeger waren er meer critici die gelinkt waren aan een bepaalde stroming. “Hun kritiek kwam voort uit een politieke agenda. Dat zie je tegenwoordig veel minder.” De enige grote tegenstelling die je volgens De Boer nu nog ziet is het modernisme versus het traditionalisme. “Maar dat is een schijntegenstelling. Hans Ibelings schrijft bijvoorbeeld boeken over het traditionalisme en maakt tevens de A10.”

Dynamiek tussen schrijvers

Tijdens de eerste masterclass kaartte Bernard Colenbrander iets gelijks aan. Colenbrander meent dat er tussen verschillende schrijvers die elk een eigen positie innemen een dynamiek zou moeten ontstaan. Hij denkt dat dit zelfs binnen een blad kan ontstaan. De Boer ziet de potentie van deze benadering: “Vanuit een bepaalde insteek kun je meerdere gebouwen bekijken, waardoor je als schrijver op een bewuste manier een langer lopen verband opbouwt. Het nadeel hiervan is dat je misschien minder actueel bent. Als schrijver moet je daarom jezelf continu uitdagen om te kijken wat er nu gebeurt en op welke manier je jouw invalshoek kunt inzetten om te komen tot een relevant artikel.”

Initiërende critici

De Boer ziet binnen de architectuurwereld wel een nieuw soort criticus opstaan: de initiërende criticus. “Een deel van de critici wil niet alleen maar over opgaven schrijven, maar ook invloed op het eindresultaat hebben, zoals Wouter Vanstiphout en Michelle Provoost van Crimson. Vanuit een kritische analyse van een plek initieert Crimson soms zelf projecten zonder dat er een opdracht ligt. Wimby! is daar een goed voorbeeld van.”

Papieren architectuurkritiek

Of deze inspirerende trend op grote schaal zal worden nagevolgd is de vraag. De meeste critici beperken zich tot artikelen in journals en vakinhoudelijke tijdschriften. De meeste architectuurkritieken verschijnen op papier, maar de toekomst hiervan is onzeker. Er zal steeds minder op papier worden gepubliceerd. “In de cultuurnota staat heel duidelijk dat tijdschriften geen subsidie meer mogen ontvangen vanaf 2013”, aldus De Boer.

Digitale architectuurkritiek

Betekent dit dat de toekomst voor architectuurkritiek in de digitale wereld ligt? De Boer zegt hierover: “Het internet biedt veel vrijheid. Er zijn geen regels van wat wel en niet kan. Blogs zijn in die zin interessant, al verschilt de toegevoegde waarde per blog. Blogs missen een redactie die ‘posts’ langs een meetlat legt en zorgt voor een redactionele eenheid. Lezers moeten zelf filteren.”

Nieuwe media

Maar hij ziet behalve kostenbesparingen ook inhoudelijk mogelijkheden van digitale media en het internet. “Je kunt er veel meer met beeld en film werken. Een filmkanaal op Youtube kan een nieuwe manier zijn om iets over te brengen. Bij dit medium kun je het hebben over de beweging in een gebouw. Dit vergt wel een hele andere manier van werken en levert een heel ander product op. Misschien is dat wel de toekomst van architectuurkritiek.”

Wat vind jij van De Boers stellingen? Discussieer meer onderaan deze blog of zoek ons op via twitter @tim_de_boer en @MerelPit.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels