blog

Light & the city

Architectuur

Eindhoven heeft als nationale lichtstad een naam hoog te houden. Afgelopen weekend ging het festival Glow van start, waarvoor op twintig plaatsen in de binnenstad lichtinstallaties zijn gemaakt door kunstenaars. Ook op de afgelopen Dutch Design Week maakte Eindhoven zijn reputatie waar. De stad barst van de ideeën over innovatieve verlichtingstechnieken, -middelen en ontwerpen.

Light & the city

In de Nano Supermarket, een presentatie van de TU/e, bestudeerde ik een glazen lamp die brandde op de energie van een algenpapje bovenin. Als eigenaar dien je een keer in de maand in de lamp te blazen om de algen van CO2 te voorzien en eens in het half jaar het water bij te vullen. Interessant, zo word je je als gebruiker bewust van de energie die nodig is om je lamp te laten branden. Hoewel het ontwerp best fraai is, is het helaas nog geen pronkstuk dat ik op mijn salontafel zou zetten.

Licht communiceert

Onder de naam Stadhuis meets Design – City of Light toonde de gemeente Eindhoven haar visie op licht en de stad. Strijp S, evenals de High Tech Campus en het TU/e-terrein, zijn bestemd tot proeftuin voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van licht, beeld en geluid. De visuals hiervan zijn behoorlijk futuristisch, met organisch vormgegeven lantaarnpalen die in zijn geheel licht geven. Ook keek ik vol verwondering naar het filmpje waarin zebrapaden zijn voorzien van rode en groene lichtdoppen, die de stoplichten vervangen. Licht verzorgt hier de communicatie tussen de gebruikers van de stad.

 

Installatie op Liberation of Light in het Designhuis

Dat is ook het geval met de lichtprojecties Pixpong op de Kennedytoren. Op de 83 meter hoge toren is 9 maanden lang elke maand een matrixanimatie te zien van een Eindhovense ontwerper, waaronder Scherpontwerp en Edhv. Dit megagrote matrixbord met een haast prehistorische pixelverdeling van 16 bij 24 pixels is volgens het bordje ‘ultrazuinig en verbruikt niet meer dan twee peertjes van 60 watt’. Naast de obligate Pacman-figuurtjes zijn er ook interessantere animaties, zo bedacht OddOne een animatie waarbij zelf gecomponeerde muziek is vertaald naar beeld, met ponskaarten als inspiratiebron. Ook al werk je zelf niet in de toren, door de projecties communiceert het gebouw met jou als voorbijganger.

Bevrijding van licht

Met de veelbelovende titel Liberation of light wil het Designhuis laten zien dat leds en andere nieuwe verlichtingstechnieken de wereld zullen veranderen. Een goede poging om de beeldvorming bij het grote publiek te beïnvloeden, die – net als veel architecten overigens – nog steeds denken dat leds koud en niet sfeervol licht geven en veel te duur zijn. Curator Yksi Design roept op tot geduld: leds zijn immers nog lang niet uitontwikkeld. Net zoals het 25 jaar duurde voor de gloeilamp de gaslamp van tafel verdreef, is er tijd nodig voor leds en oleds volwassen zijn. De overstap van analoog naar digitaal kost, net als bij beeld, geluid en tekst, nu eenmaal tijd.

  

Plantlab toont aan dat ledverlichting in een specifiek spectrum is te gebruiken voor het verbouwen van gewassen en energie en water bespaart.

“Licht, voorheen gevangen in een peertje, is bevrijd.” Mooie uitspraak van Emile Aarts van de TU/e, in het begeleidende boekje. De digitalisering van licht zorgt ervoor dat we alle aspecten van kunstmatig licht kunnen controleren met computers: golflengte, intensiteit, kleur, tijd en plaats. Het is zelfs mogelijk om andere functies aan licht toe te voegen, zoals het verzenden van informatie. Digitaal licht geeft ontwerpers tenslotte volledige vrijheid: ze kunnen lichtobjecten van allerlei materialen en vormen maken.

Poëtische communicatie

De ontwerper die dit het beste laat zien is Daan Roosegaarde. De 31-jarige profeet van het nieuwe Dutch Digital Design (daarover binnenkort meer), mengt technologie moeiteloos met kunst en design. Tot mijn vreugde heeft het Designhuis twee van zijn installaties bemachtigd: Dune en Lotus 7.0. Dune is het beste te beschrijven als een struik, bestaande uit stengels die oplichten en piepen als je langsloopt. Ga je er met je hand doorheen, dan spelen ze een kleine symfonie. Daarom loop ik er minstens tien keer langs, want het is een heerlijk gevoel. Alsof je met ze praat…

Lotus 7.0 is een wand van hittegevoelige folie, gevouwen in kleine bloemen, die zich openvouwen als je voor ze staat. Omdat zijn installaties oproepen tot interactie, en alle zintuigen prikkelen, maakt Roosegaarde enorme indruk op me. Hij maakt techniek persoonlijk en tactiel, aanraakbaar, warm. Roosegaardes ideaal is vloeibare architectuur, trappen, deuren en verkeerslichten die op onze bewegingen anticiperen, een huis dat zichzelf opent als je ervoor staat. Ik kan niet wachten tot zijn ideaal wordt verwezenlijkt.

  

Daan Roosegaarde voor zijn ontwerp Lotus 7.0

Volle glorie?

Hoewel er veel interessante concepten tussen zitten, maken de andere ontwerpen op de tentoonstelling duidelijk dat ontwerpers nog niet altijd raad weten met hun vrijheid. De meeste lampen zijn nog streng en strak van vorm, alsof ze de koude, kille uitstraling van ledlicht willen versterken. De Flat Lamps van Tom Dixon, toch een van mijn favoriete lampenontwerpers, kunnen me – zacht uitgedrukt – helemaal niet bekoren.
De magie die mooie lampen op me kunnen uitoefenen, zoals op de Euroluce, de verlichtingsbeurs op de Salone del Mobile, ontbreekt me iets te vaak. Ik mis ontwerpen die de betovering van licht vieren, die licht in volle glorie laten zien, zoals een kroonluchter.

Schitterend

Het enige ontwerp dat in de buurt komt is de Raimond van Moooi. Professor Raimond Puts werkte jarenlang aan deze lamp, die bestaat uit leds die metalen draden met elkaar verbinden tot een bol. Functie en esthetiek komen hier samen.

Het Designhuis daagt ontwerpers, producenten en consumenten uit om nieuwe kansen te grijpen en dat valt alleen maar toe te juichen. Bovendien biedt de expositie een glimp op de toekomst, en die ziet er schitterend uit. The future’s so bright I gotta wear shades!

  

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels