blog

De mooiste biënnale ooit

Architectuur

Veel tijd afgelopen week om alle indrukken van het bezoek aan de Biënnale te verwerken, was er niet. Dat is jammer, want de Biënnale van dit jaar is de beste die de afgelopen tijd is gehouden. Het thema People meet in architecture is in het Arsenale op buitengewoon intrigerende wijze in de verf gezet. Na de teleurstellende tentoonstelling van Aaron Betsky in 2008 en de meer stedebouwkundige editie van Richard Burdett uit 2006 is dit de eerste die het vertrouwen in architectuur herstelt.

De mooiste biënnale ooit

In Nederland vindt op dit moment onder architecten een sanering plaats die veel weg heeft van een slachting. Deze treft vooral architecten die wat betreft hun portefeuille sterk drijven op opdrachten van ontwikkelaars en/of die architecten die vooral op woningbouw zijn gericht. De pessimistische ondertoon is dan ook groot. Afgelopen week sprak ik af met een architect die twee projecten is verwijderd van een faillissement. Op de dag dat ik hem sprak, was één ervan net stopgezet. Een andere architect vergeleek de architectenstand een tikje cynisch met een veestapel. Eerst wordt er één ziek, daarna gaan ze allemaal dood.

In het verleden boden sterarchitecten uitkomst. Door hun visionaire gaven waren zij in staat de architectuur de juiste kant op te sturen. Juist nu het eropaan komt, blijken zij deze vermogens niet meer te bezitten of doen ze afstand van hun sterrenstatus. Nieuwe sterarchitecten hebben zich nog niet aangediend. Sterker nog, het hele model staat ter discussie. Van die zijde is dus weinig te verwachten

De komende stedelijke opgave en de rol van architectuur hierbij zijn tot op dit moment nog nauwelijks onderwerp van discussie. Wil architectuur zich hierbij een positie verwerven, dan moet ze de uitdaging aangaan nieuwe variabelen, vragen en kennis te incorporeren, maar moet ze ook nuttige kennis voor andere disciplines kunnen leveren. In dat opzicht vertegenwoordigt de Biënnale een nieuwe richting die de architectuur zou kunnen inslaan. Ze ondersteunt de opvatting dat architectuur een autonoom vak is. Architectuur is niet geroepen om een bepaald gebruik voor te schrijven, maar dient de ruimte zo vorm te geven dat mensen daar op een vrije manier gebruik van kunnen maken en haar kunnen toe-eigenen.

Juist zo’n architectuur en niet een architectuur die zich opsluit in het verleden of die zich afwendt van het bouwen, lijkt in staat een antwoord te vinden op de volgende dringende vragen:

1.Opleiding.

Welke type architect moeten de opleidingen voor de komende opgave opleiden? Moeten, nu de architectenstand wordt gehalveerd, geen grenzen worden gesteld aan de aantallen architecten die worden opgeleid?

2.Opdrachtgeverschap.

De Europese aanbestedingen krijgen veel aandacht, maar beslaan niet meer dan vijf procent van het totale veld. Is het niet wijselijk juist alle aandacht te besteden aan de gemiddelde opdrachten die de komende tijd op ons afkomen? Het is toch niet onwaarschijnlijk dat het opdrachtgeverschap van corporaties en ontwikkelaars op het gebied van woningbouw zich zal vernieuwen? Welke rol denken architecten hierin te gaan spelen?

3.Gemeenten

Wat is te verwachten van gemeenten in de komende periode? Architectuur had de afgelopen periode een sterke positie in het gemeentelijke beleid. Blijft dit zo? Wat gaat hier veranderen?

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels