blog

Amsterdamse Zuidas verliest momentum

Architectuur

Begin dit jaar trok de gemeente Amsterdam opnieuw het idee van de Zuidas uit de kast. in het nieuwe voorstel draait de overheid voor alle kosten op. Maar waarom dit soort megalomane plannen als de gemeente niet eens bestaande plannen in de stad weet te realiseren? Afgelopen week gooide Ann Demeester van De Appel tijdens de S7Summit de knuppel in het hoenderhok.

Amsterdamse Zuidas verliest momentum

 

Afgelopen week wees Amsterdam alvast twee plekken aan waar in 2028 de Olympische Spelen zouden kunnen plaatsvinden. De keuze is tussen het havengebied binnen de ring en de Zuidas. In dat laatste geval zal het Olympisch Stadion worden hergebruikt, terwijl in de RAI een zwemstadion wordt gerealiseerd.

De Zuidas is de strook grond aan weerszijden van het spoor en de autosnelweg A10. In de jaren tachtig werd bepaald dat hier Amsterdams grootste zakencentrum zou verrijzen, als tegenhanger van het havengebied dat zou worden ontwikkeld als woongebied. Tot op de dag van vandaag is Amsterdam de droom van de Zuidas onversaagd blijven najagen.

Vorig jaar leek aan deze droom een even abrupt als naar einde te komen. Kern van de plannen van de Zuidas was dat de A10 en de trein- en metrosporen onder de grond zouden worden gebracht. Het geld daarvoor zou worden opgebracht door de private partijen (de banken derhalve). In ruil daarvoor zouden deze partijen dan kunnen investeren en bouwen in dit vastgoedwalhalla.

De kredietcrisis en de vastgoedfraude gooiden roet in het eten. Keer op keer moest de veiling van de ontwikkeling worden uitgesteld. Pogingen de Zuidas vlot te trekken liepen spaak. Vorig jaar leek de Zuidas definitief niet meer door te gaan. De kans dat de overheid de investering zou kunnen opbrengen werd nihil geacht. Zij moet immers niet alleen enorm bezuinigen, maar zit ook opgezadeld met de zich opstapelende kosten van de noord-zuidlijn.

Groot was dan ook de verbazing, toen het kabinet begin dit jaar alsnog besloot tot de aanleg van een ondergrondse snelweg en spoorlijn. Hiervoor is het oorspronkelijke dokmodel opnieuw uit de kast getrokken. Wel zal de aanleg nu gefaseerd plaatsvinden en worden weg en spoor niet meer op, maar naast elkaar gelegd. De totale kosten worden inmiddels niet meer op 4 miljard geschat, maar op 1,5 à 2 miljard. De overheid wil de financiering hiervan volledig voor zijn rekening nemen.

Ook de plannen om op de Zuidas een museum of een kunsthal te vestigen zijn weer terug van weggeweest.

Maar waarom voor de Zuidas megalomane plannen maken, als het stadsbestuur nog niet eens in staat is bestaande plannen in de stad te realiseren? Dat vroeg Ann Demeester, directeur van de Appel zich afgelopen week ook af. In opdracht van de wethouder van cultuur onderzocht Demeester de culturele ambities van Amsterdam. In haar advies telt zij liefst negentien fata morgana’s: culturele projecten die wel zijn gelanceerd maar nooit zijn afgemaakt. Daaronder bevinden zich De Appel, maar ook de almaar langer durende verbouwingen van het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum.

Rijksmuseum Amsterdam

Minstens zo belangrijk zijn de pittige stellingen die Demeester op grond van haar onderzoek formuleerde en tijdens de S7Summit in Amsterdam presenteerde. In een daarvan stelt ze voor dat de stad zich moet richten op de programmering van de bestaande centra en niet op het bouwen van weer additionele iconische architectuur. Amsterdam heeft immers voldoende culturele trekpleisters en kan zich beter richten op het versterken van het bestaande aanbod, aldus Demeester.

De reacties op advies en stellingen waren furieus. Maar Demeester voelt de veranderingen in de stad beter aan dan haar criticasters. De afstand tussen ambities en realiteit is de afgelopen tijd sterk gegroeid. De gedroomde projecten laten zich niet meer terugverdienen; de realisering ervan komt steeds verder weg te liggen. Het zou voor de hand liggen, als de gemeente haar prioriteiten verschuift en de Zuidas niet langer beschouwt als brandpunt van stedelijke ontwikkeling.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels