blog

De stad, het bouwen en de stijl

Architectuur

Afgelopen zaterdag mocht ik een tentoonstelling van Frank Havermans openen. Zijn werk combineert een fascinatie voor het maken met een grote belangstelling voor de architectonische ruimte. De tentoonstelling is te zien in 38CC, gevestigd in het voormalige gebouw van de Sociale Dienst te Delft. Vanaf de Hooikade word je een boeiende blik op Delft gegund. Eenmaal binnen bieden Frank’s machines perspectieven op de furie van de stedelijke ontwikkeling: fascinerend en angstaanjagend tegelijkertijd.

De stad, het bouwen en de stijl

Het is natuurlijk volstrekt toevallig maar het voormalige gebouw van de sociale dienst ken ik nog uit een heel andere periode in mijn leven, namelijk de vroege jaren tachtig toen ik net was afgestudeerd in Delft, er helemaal geen werk was en ik een tijdje lang hier elke week langs kwam om een formulier in de bus te doen.

Het was tijd waarin het slecht ging met de architectuur. Er waren weinig opdrachten, veel mensen in de sector die op straat kwamen te staan en tal van gerenommeerde bureaus die de deuren moesten sluiten of draconisch afslankten. Maar ook een opwindende tijd, met veel kansen voor startende freelancers zoals ik.

In die tijd had je het fenomeen van de papieren architectuur. Wat zoveel wil zeggen als dat architecten in die tijd geen dingen maakten maar zich vooral bezig hielden met lezingen, prijsvragen, discussies en publicaties, noodgedwongen niet met gebouwen. In al deze activiteiten reflecteerden wij op de voorgaande periode en zochten we een antwoord op de vraag ‘wat nu’? Wat toen werd uitgezocht en bedacht, vond niet veel later zijn weg naar gebouwen.

 Tentoonstelling Frank Havermans 

Stad in de centrifuge

Ook op dit moment ligt veel zo niet alles stil en is er opnieuw tijd, veel tijd om na te denken. Gedurende de afgelopen jaren is veel meer gebouwd dan nodig was. Dat kwam voor een groot deel omdat gebouwen als belegging werden gezien en er dus veel ‘speculatief’ geld in de bouw is geïnvesteerd. Die druk van het geld heeft geleid tot een opleving en doorgroei van de stad. Zo zijn Rotterdam en Den Haag twee jaar geleden aan elkaar vastgegroeid.

De stad is in de centrifuge beland. Niet alleen dat, maar ook nog eens op een zeer middelmatige manier. Alles is bij ons zo sterk gereguleerd dat het lokale en het toevallige geen kans krijgen. En ook nu is de vraag hoe we verder moeten gaan.

Ik vertel dit verhaal omdat het werk van Frank niet los kan worden gezien van deze stedelijke ontwikkeling en van de belangstelling die hij hiervoor aan de dag legt. Zijn werk is op te vatten als een onderzoek naar dit fenomeen, vooral om er een nieuw perspectief op te bieden.

In de installatie Tofud/38CC zijn modellen van verschillende stedelijke gebieden en uit verschillende periodes samengebracht. Op basis van bestaande plattegronden van Vlissingen, Amsterdam en Eindhoven worden nieuwe toekomstperspectieven geschetst, die ideeën bevatten voor een andere ordening. Daarbij is alles losgelaten in termen van economische en politieke belangen en is gekeken wat de ruimtelijke potenties zijn.

Daaruit komen nieuwe voorstellen voort. Deze zijn opgespannen in de tentoonstellingruimte en vormen een nieuwe denkbeeldige stad. Net als in de echte stad worden aan de installatie continu fragmenten toegevoegd en weggenomen.

De installatie combineert de fascinatie voor de groei met de vrees dat deze almaar doorgaat. Tegenover het uitdijen van de stad plaatst hij het inkrimpen, tegenover de centrifugale uitwaaiering voorziet hij een centripetale beweging. Bij dat laatste kun je denken aan chips en computers. Terwijl de stad en het verkeer als een olievlek over het land uitlopen, is op andere terreinen juist sprake van krimp.

Dat is bijzonder interessant, want de huidige stad, het resultaat van die explosie van de afgelopen twee decennia, vereist een andere blik dan die van de verovering van de ruimte.

 Tentoonstelling Frank Havermans 

Bouwen als culturele daad

Franks werk vind ik nog om een andere reden interessant en wel vanwege de nadruk op het maken. Frank is in 1992 afgestudeerd aan St Joost in Breda. Hij vertelde me, dat het hem vijf jaar kostte voor hij toekwam aan bouwen. Pas aan het eind jaren negentig begon hij installaties te maken, die hij Kapkar’s noemde. Deze vormen architectuur experimenten, die in een bijzondere verhouding staan tot de opdrachten die hij krijgt.

In de geregelde architectuur is zonder geld vrijwel niets meer mogelijk. Alleen al als je een dakkapel plaatst ben je een vermogen kwijt. Als je alles uitbesteedt is je budget niet toereikend en moet voortdurend worden bezuinigd. Door in het bouwproces overbodige tussenstations over te slaan, kun je wel bouwen en ook nog geld verdienen. Als je zelf bouwt kun je bovendien ook experimenteren met materiaal.

Frank maakt daardoor nooit mee wat veel van zijn collega’s wel ondervinden, namelijk dat ze op de bouw worden geconfronteerd met onderdelen die afwijken van wat ze zelf hebben ontworpen en die door de aannemer op eigen houtje zijn veranderd.

  

Ruig werk

Dat brengt me op de installaties van Frank. De Romeinse architect Vitruvius definieerde een machine ooit als een compositie van fysieke of materiële componenten die in beweging worden gezet. Compositie en beweging definiëren een machine en dat geldt ook voor de installaties van Frank.

Tegenwoordig bestaan de meeste architectonische presentaties uit knap gemaakte renders, films en maquettes. Ze zijn glad en je kunt er als het ware in rond lopen, maar er valt anders dan aan Frank’s machines weinig aan te beleven. Je hebt er geen gewaarwording, ervaring, of gevoel bij. Je voelt geen ruimte, architectuur of materiaal.

Alles is gladgestreken en wat Frank hier tegenover zet, is het tastbare, het voelen en het tactiele. Je zou het ‘design mindfulness’ kunnen noemen. De Kapkar-installatie in Delft is een ruige presentatie, waarin gedachte, tastzin en ervaring zijn samengebracht. Het is de volgende stap in de zoektocht naar stijl waar Havermans nu al zo’n tien jaar mee bezig is.

 Tentoonstelling Frank Havermans 

Nieuwe perspectieven op Delft

Dat brengt me terug bij het begin van mijn blog. Ik stelde, dat we volop tijd hebben na te denken over de toekomstige opgave.

In dat licht is het interessant dat het werk van Frank Havermans in Delft wordt getoond. Vlak bij 38CC wordt hard gewerkt aan de spoortunnel. Ook deze brengt een geheel nieuw perspectief op Delft. Het is een fascinerende gedachte je af te vragen of de projecten van Frank Havermans Delft kunnen helpen dit perspectief te bepalen.

KAPKAR/TOFUD is tot en met 5 december 2010 te zien in Creatief Laboratorium 38 CC, Hooikade 13, Delft, wo-zo, 13-17 uur. Op zondag 7 november geeft Frank Havermans om 16.00 uur een lezing over zijn werk en de symbiose tussen beeldende kunst en architectuur.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels