blog

Zwanger van bovenaardse kwaliteiten

Architectuur

“Architectuur is een godenstudie”, zei studiegenoot G. ooit. De vraag of wij het in ons hadden om architect te worden, hing tijdens onze studie als het zwaard van Damocles boven ons hoofd. G. meende dit afhankelijk was van bepaalde bovenaardse kwaliteiten. Het verschilde per docent welke dat waren – mits hij ze kon definiëren – en of wij ze wel of niet bezaten.

Zwanger van bovenaardse kwaliteiten

 

Ik moest weer aan de uitspraak van G. denken tijdens de lezing die Elia Zenghelis onlangs gaf in Rotterdam. De Griekse architect sprak op het symposium ‘Learning without teaching: experiments in architectural knowledge’, dat plaatsvond ter ere van het twintigjarig bestaan van het Berlage Instituut.

Zwanger van goddelijke kwaliteiten

De goddelijke eigenschappen waarover een architectuurstudent volgens G. moet beschikken, vergeleek Zenghelis met een zwangerschap. Studenten die het in zich hebben om architect te worden, dragen al vanaf hun geboorte een embryo met zich mee. Er zijn echter ook studenten met doodgeboorten of schijnzwangerschappen.

Grote onzekerheid

Deze tot de verbeelding sprekende metafoor maakt duidelijk dat ook Zenghelis niet de vinger kan leggen op welke eigenschappen iemand nodig heeft om een goede architect te worden. Ze zijn vaags en ongrijpbaar, maar van wezenlijk belang in het architectuuronderwijs. Veel architectuurstudenten kampen gedurende hun studie met een grote onzekerheid: dragen ze wel of niet een ongeboren vrucht met zich mee? En zo ja, waar moeten ze allemaal doorheen voordat het ter wereld komt?

Een niet gering aantal bedankt voor deze zware (schijn)zwangerschap van toch al snel zes jaar en stapt over naar een andere opleiding. Een enkeling komt er tijdens zijn afstuderen pas achter toch niet ‘echt’ zwanger te zijn en breekt alsnog zijn studie af.

Klik

Zenghelis voegde aan zijn verhaal toe dat wat hem betreft een docent zijn taak niet kan uitvoeren wanneer er zich geen embryo in de architectuurstudent bevindt. Deze opmerking vind ik verhelderend: het gaat er dus niet om dat een architectuurstudent bovenaardse superioriteit bezit, maar dat het ‘klikt’ met zijn leermeester. Dit maakt dat ze elkaar begrijpen en vertrouwen en zich kunnen vinden in elkaars ideeën en opvattingen. De docent kan hierdoor de student op de juiste manier stimuleren, waardoor die het beste uit zichzelf haalt.

Niet-klik

Studiegenoot N. klikte bijvoorbeeld absoluut niet met zijn docenten in het eerste jaar. Zij raadden hem aan van opleiding te switchen en gaven hem een vier, waardoor hij het eerste jaar deels over moest doen. Zes jaar later won hij een prijs bij de Archiprix. Hij was afgestudeerd bij iemand met wie het wél klikte.

Je kunt je nu afvragen of N. tijdens zijn studie misschien te maken heeft gehad met een onbevlekte ontvangenis, maar het lijkt mij meer waarschijnlijk dat door de wisselwerking met zijn docent, hij zijn eigen talent wist te ontplooien.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels