blog

Het perfecte interieur bestaat niet

Architectuur

De interieurwereld lijkt zich af te keren van het perfecte plaatje. Het mag wel wat wilder, zeggen meubelcatalogi en woonbladen. Ik zie steeds meer interieurs vol stapels papieren of tijdschriften, oude kamerplanten, kunst en kitsch en versleten maar dierbare meubels, kortom, interieurs zoals die in werkelijkheid zijn, waar wordt geleefd.

Het perfecte interieur bestaat niet

 

 

Dit ‘wilde wonen’ sluit aan op de oosterse levensfilosofie wabi sabi, die de schoonheid van het onvolmaakte, het onaffe, het groeiende, het vergankelijke en eenvoudige waardeert. Deze filosofie lijkt nu door te dringen tot de grote meubelmerken, die het inzetten om hun eigen producten de nodige authenticiteit te geven.

Vitra maakt al een aantal jaren catalogi die ‘wooncollages’ worden genoemd. En ook de Italiaanse designmerken, die altijd superstrakke, minimalistische interieurs afbeeldden in hun catalogi, lijken daar meer en meer van af te wijken. Niet alleen vervangen ze het glossy papier door mattere en zachtere pagina’s, ook gebruiken ze sfeerbeelden van rommelige appartementen met afgebladderde muren, waarin hun meubels tussen vintage stukken staan – en ze downsizen de bankstellen gelukkig ook tot normale afmetingen.

  

Foto van The Selby.com: huis van Albert Gillian Maysles in Harlem, NY

Stierenschedels en kralengordijnen

De viering van het onvolmaakte interieur begon met The Selby, een blog van de Amerikaanse fotograaf Tod Selby, die gewone, leefbare en echte interieurs documenteert en publiceert op zijn eigen website. Hij begon in de zomer van 2008 met de interieurs van vrienden, en werd daarna overstelpt door verzoeken van allerlei mensen, waaronder tevens enkele beroemdheden: of hij hun interieur wilde vastleggen? Hij kreeg vervolgens verzoeken van modemerken als Louis Vuitton en meubelmerken als Habitat, die hem vroegen of hij hun reclamecampagnes wilde schieten. Op The Selby is het heerlijk toeven: urenlang scrollen door hippiehuizen vol kralengordijnen, stierenschedels en opgezette eenden, of artistieke interieurs met stapels vergeelde kranten, doorgezakte Chesterfields en schitterende antieke lampen. Zijn site heeft 55.000 unieke bezoekers per dag.

Analoog = eerlijk?

Maar waar komt die fascinatie met imperfectie vandaan? Veel trendwatchers zeggen dat het wordt veroorzaakt door de digitalisering van ons werk en onze sociale contacten. Teveel digitale realiteit zou ons bang maken, dus zijn we op zoek naar een analoge wereld. We willen verblijven in een omgeving die eenvoudig, eerlijk, authentiek en begrijpelijk is.

Volgens de schrijver Douglas Coupland gaan we ten onder aan teveel informatie en hebben we behoefte aan heldere en leesbare producten. In de New York Times stelde hij een woordenlijst op voor de nabije toekomst, waarin hij het woord Ikeasis opnam. Dit betekent volgens hem: “Onze behoefte aan generische, merkloze producten met duidelijke en niet-verwarrende vormen die ons leven moeten vereenvoudigen te midden van een overvloed aan informatie.”

 

Foto van The Selby.com interieur van George Lois, NY

Statusding

Ontwerpers lijken dit aan te voelen en zijn bezig met het maken van meer eenvoudige en transparante objecten. Ook proberen ze ontwerpen te maken die de gebruiker zelf kan aanpassen, personaliseren of pimpen. Meubels of gebruiksvoorwerpen die nog niet helemaal af zijn, maar die wij zelf af mogen maken, naar eigen inzicht. Of objecten die afwijken van ‘t lopende band-perfectionisme, waarin imperfecties juist zijn gestimuleerd.

Maar wat is eigenlijk nog authentiek en zijn die analoge interieurs echt de toekomst? Zullen simpele houten stoelen, retrofietsen en tafels die we zelf mogen vormgeven ons leven eenvoudiger maken en worden we daar blijer van? Misschien maken we onszelf wat wijs, wat intussen zijn we dol op social media en zoeken we naar gemak en snelheid in alle aspecten van ons leven. En het verzamelen van bijzondere stukken en eerlijke meubelen, van die ene meubelmaker op het platteland die slechts een dressoir per maand maakt, is inmiddels uitgegroeid tot een manier om de eigen status te vergroten. “Ik heb iets wat niemand anders heeft!”

 

Foto van The Selby.com, interieur Pamela Love en Jordan Sullivan, Brooklyn

Too much stuff

Ik ben benieuwd wat de visies van ontwerpers en (interieur)architecten op deze ontwikkelingen zijn, en hoe het interieur van de toekomst er uit zal zien. “Goed design moet antwoord geven op de levensvragen van vandaag, maar dan in drie dimensies”, zei de Britse designer Ilse Crawford onlangs op tv. Die antwoorden worden steeds lastiger te geven. In deze tijden van ‘too much stuff’ dienen ontwerpers de relevantie van hun beroep des te harder te bewijzen, of moeten ze het opnieuw uitvinden. Wordt het een zinnenprikkelende wildernis, of hebben we behoefte aan iets heel anders? Ik ben benieuwd…

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels