blog

Gaan architecten de stad weer in?

Architectuur

De wens tot sociale verandering vormt een sterke stimulans voor de ontwikkeling van architectuur. Dit heeft zijn wortels in de moderne beweging. Een vernieuwd gevoel voor sociale verantwoordelijkheid brengt architecten er tegenwoordig toe het vizier te richten op achterstallige behoeftes. Deze liggen bijvoorbeeld op het terrein van zorg en onderwijs, maar ook van parken, woningbouw en infrastructuur. Dit vereist activiteiten in nauwe samenwerking met de gemeenschap en met toekomstige gebruikers.

Gaan architecten de stad weer in?

In de jaren zeventig maakte ik tijdens met studie samen met Geert Hovingh en andere studenten deel uit van de onderwijscommissie stedebouw op de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Een van de meest interessante discussies uit die tijd was meteen ook de meest ingewikkelde: wat is stedebouw? Vrijwel geen van de personen die we benaderden wist een sluitende definitie te geven. Bovendien bleken ze het sterk met elkaar oneens te zijn. Voor de een was het bijvoorbeeld ontwerpen, voor de andere planning. Een lastige aangelegenheid, als je een opleiding een positie en status wilt geven binnen een grote faculteit.

Iets dergelijks speelt op dit moment bij architectuur. De term architectuur wordt voor andere vakgebieden als IT gebruikt. Dat is opvallend, want bijvoorbeeld een arts is een arts en niemand anders mag zich zo noemen. Minstens zo bizar is het gegeven dat bij architectuurprojecten tegenwoordig vaak uiteenlopende typen architecten zijn betrokken. Zo onderscheiden we onder andere de architect die het voorlopige en soms het definitieve ontwerp maakt en de architect die “de rest” verzorgt, zoals bestekken, verzekeringen, projecttoezicht en directievoering. Ook kennen we sinds de jaren zeventig het fenomeen van de papieren architect, dus de architect die niet bouwt, maar zijn of haar succes ontleent aan tentoonstellingen, publicaties en mediaoptredens. Zoals bekend is hier een geheel aparte economie uit voortgekomen: die van de sterarchitectuur.

In de eerste helft van de twintigste eeuw bestond nog consensus over wat het vak architectuur inhield en was duidelijk welke activiteiten een architect verrichtte. Ook bestond een redelijke overeenstemming over de agenda’s, de methoden en de stijl van de architectuur. Maar met de kritiek op en de teloorgang van het modernisme lijkt de consensus over wat het vak inhoudt geheel te zijn verdwenen. Voor het decembernummer van de Architect interviewde ik Sjoerd Soeters en Jos van eldonk. Die lieten geen enkele onduidelijkheid bestaan over hun bemoeienis met stijl: geen enkele.

 Blog Soeters Herontwikkeling Plein 1944 in Nijmegen door Sjoerd Soeters en Jos van eldonk.

Toen het modernisme tegen het einde van de jaren zestig overboord werd gekieperd, verdween ook de maatschappelijke betrokkenheid. In het in 1977 verschenen en sindsdien zes maal herdrukte boek The language of postmodernism van de Engelse architect en criticus Charles Jencks is het einde van de Moderne Beweging gedateerd op 16 maart 1972. Op die dag werd het door Yamasaki ontworpen sociale woningbouw complex Pruitt-Igoe in ST Louis (Missouri) met de grond gelijk gemaakt. De reden dat het in Pruitt-Igoe was misgelopen, had echter weinig te maken met de architect maar des te meer met de draconische bezuinigingen die de opdrachtgever tijdens de aanleg en bouw ervan had doorgevoerd. Bij de Bijlmermeer in ons land gebeurde een beetje hetzelfde.

 Pruitt-igoe Het sociale woningbouw complex Pruitt-Igoe in ST Louis (Missouri).

Gevolg was echter dat de inhoud van de term architectuur begon te verdampen. In de afgelopen periode vormde dit geen enkel probleem, de bomen groeiden immers tot in de hemel. Commercie, sterarchitectuur, projectontwikkelaars en media verbloemden veel. Maar nu de economie stagneert, projecten worden stilgelegd en architectbureaus massaal gedwongen zijn hun deuren te sluiten, zien architecten zich opeens geconfronteerd met vraagstukken van overleven en lijfsbehoud.

Architectuur moet nu de rug rechten en zich de komende tijd weer ontwikkelen. De cultuur verandert, de economie zal volgen en architectuur dient dit te weerspiegelen. Architectuur zal zich de komende tijd op andere zaken dan in de afgelopen periode richten. Te denken valt aan scholen, woningbouw, zorg, openbare ruimte en infrastructuur. Gelukkig is er genoeg tijd om na te denken. De grote vraag is immers of architectuur er in zal slagen opnieuw aan te knopen bij de grote sociale en ecologische vraagstukken van de ze tijd.

Is architectuur in staat om collectieve belangen, doelstellingen en zelfs waarden te behartigen? Kan ze een maatschappelijke en realistische bijdrage aan de stedelijke ontwikkeling leveren? Kan architectuur verandering in sociale misstanden brengen? Kan zij helpen om veiligheid op straat te creëren? Kan zij het verschil tussen arm en rijk oplossen?

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels