blog

Waarom architecten jaloers zijn op filmmakers

Architectuur

Om volledige beroepsdeformatie te voorkomen en de creatieve batterij op te laden, schijnt het goed te zijn je af en toe in iets anders te verdiepen. Toen ik dan ook werd gevraagd de redactie van de Dagkrant van het Nederlands Film Festival te versterken, hapte ik snel toe.

Waarom architecten jaloers zijn op filmmakers

 

 

 

 

En dus maakte ik de laatste twee weken van september elke dag een krant van zes pagina’s over de Nederlandse cinema, op een zoldertje aan de Utrechtse Neude, samen met een stuk of vijftien vrijwilligers.Ik sprak regisseurs, producenten, animatoren en acteurs over hun vak, en zag tientallen nieuwe en oude Nederlandse speelfilms, documentaires en animaties. Het Nederlands Film Festival was voor mij een duik in een hele andere wereld, en een hele verfrissende.
Toch blijft je eigen vakgebied je achtervolgen: zo kwamen de evenementen en films die te maken hadden met architectuur, design en beeldende kunst steevast op mijn bordje terecht. Zo zag ik enkele avant-gardefilms die door de Utrechtse Filmliga in de jaren dertig zijn vertoond en die Gerrit Rietveld, secretaris van de Filmliga, zouden hebben geïnspireerd. In het kader van het Rietveldjaar werden deze zwijgende films opnieuw op het Film Festival gedraaid en muzikaal begeleid door een orkest van HKU-studenten.

Ook kreeg ik de vraag de documentaire Ik zag ruimte, een portret van Herman Hertzberger, te laten zien aan een jonge Utrechtse architect en die te interviewen over architectuur en film. Marnix van der Meer (38) van Zecc Architecten, net als Rietveld een groot liefhebber van arthouse cinema, nam de opdracht graag aan. Omdat Van der Meer zo mooi vertelde over wat deze film met hem deed, en waarom hij als architect jaloers kon zijn op filmmakers, wilde ik de lezers van de Architect dit interview niet onthouden.

  

Marnix van der Meer van Zecc Architecten. Foto Nadine Maas

Stomme stenen

Ik zag ruimte is een persoonlijke documentaire waarin filmmaker Kees Hin probeert door te dringen tot de kern van Herman Hertzberger. Met beelden van Hertzberger die in zijn archief graaft en naar klassieke muziek luistert, door hem ontworpen gebouwen bezoekt en vergaderingen over zijn ontwerp voor een school bijwoont, ontstaat langzaam een portret van deze idealistische en gedreven man.

“Leuke film, die mijn ambivalente houding ten opzichte van Hertzberger bevestigt”, was Van der Meers eerste reactie. “Hij is een fantastische man, wiens ideeën ik bijzonder waardeer, maar zijn gebouwen raken me niet. Een mooi moment in de film is wanneer Hertzberger zijn bewondering voor Vincent van Gogh uit, en hij vertelt dat deze man zowel wordt gewaardeerd door kunstcritici als door het grote publiek. Het lukt Hertzberger niet diezelfde brede waardering te krijgen. Hij heeft zóveel energie en liefde voor het vak, er zijn weinig architecten zo bevlogen als hij. Maar schijnbaar krijgt Hertzberger zijn gevoel niet vertaald. Hij zoekt naar de ultieme kunstuiting, zet er zelfs zijn gezinsleven voor opzij, maar hij is er nog steeds niet.”

Van der Meer herkent de worsteling van zijn 78-jarige collega, die moppert op ‘die stomme stenen waarmee we moeten werken’ en die architectuur ‘een lomp vak’ noemt. “De pijnlijke waarheid is dat je als schilder of musicus één bent met je instrument en zo ongekende, pure schoonheid kunt bereiken, terwijl je als architect worstelt met die stomme stenen. Bouwen is een complex en ontzettend traag proces, waar veel mensen zich mee bemoeien.”

Teleurstelling in gebruik

Hin legt de niet aflatende zoektocht vast van Hertzberger naar ‘de menselijke maat’, en registreert tevens de teleurstelling van de architect als zijn gebouwen niet worden gebruikt zoals hij wilde. Ook Van der Meer heeft daar wel eens moeite mee. “Ik probeer altijd te genieten van hoe de gebruikers omgaan met mijn ontwerpen, maar dat lukt niet altijd. Je kunt helaas de werkelijkheid niet altijd beïnvloeden en gebruik niet voorschrijven. Mensen gaan op hun eigen manier met architectuur om.

Ik probeer ook ruimte voor hen te laten in het ontwerpproces en de opdrachtgevers meer bij het ontwerpproces te betrekken. Bij het ontwerpen van woonhuizen kies ik meestal samen met de opdrachtgever de kasten, keuken, stoffering en verlichting uit. Het is leuker samen op te trekken dan je dominant op te stellen. Natuurlijk denk ik wel eens: die kasten zouden niet mijn keuze zijn, maar ik accepteer het. Het is een veranderde tijdgeest: het individu staat centraal en daar houd je rekening mee. Samen met de opdrachtgever iets maken geeft het ontwerp een meerwaarde. Arrogante architecten komen nu gewoon niet meer aan de bak.”

Ik zag ruimte toont welke ontwerpen van Hertzberger de tand des tijds niet overleefden en zullen worden gesloopt, zoals het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg. “Of dat het ergste is dat een architect kan overkomen? Ik zou liegen als dat niet zo was. Je wordt architect om tastbare dingen na te laten. Maar de tijdgeest verandert en soms herkennen mensen de gedachten achter je ontwerp niet meer.” Van der Meer wil dit voorkomen door op een andere manier te ontwerpen. “Wij maakten in een paar leegstaande kerken nieuwe interieurs. Die zetten we er als het ware los ‘in’, zodat ze te verwijderen zijn en de kerk over vijftig jaar voor iets anders kan dienen.”

Verhalen vertellen

Wat film en architectuur gemeen hebben volgens Van der Meer, is het vertellen van een verhaal. Alleen is dat bij het eerste discipline gemakkelijker dan bij de laatste. “Dat architectuur een lomp vak is, voel ik als ik een film kijk. Als regisseur mag je de kijker anderhalf uur lang meenemen in jouw verhaal, je mag hem verrassen, verbazen en ontroeren. Als architect maak je een gebouw, waar iemand in een flits langsfietst of een half uur in rondloopt. Dan ben ik jaloers op filmmakers, want als architect kun je niet altijd je verhaal vertellen. Je kunt het wel bedenken en ontwerpen, maar of het overkomt weet je nooit.”
Aan de andere kant troost Van der Meer zich met de gedachte ‘dat hij mensen kan laten wonen in zijn gedachten’. “Je maakt een gebouw waarin iemand zijn leven doorbrengt, dat dag en nacht wordt gebruikt. Dat streelt toch je ego.” De film Ik zag ruimte is te koop bij 010 Publishers

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels