blog

Mijn straat in hartje Rotterdam

Architectuur

“Voor mooie architectuur moet je pijn lijden”, zei iemand me ooit toen ik mijn beklag deed over de 2500 heipalen die nog geen 50 meter van mijn huis de grond in werden gestampt. Met mooie architectuur refereerde hij aan de Markthal, ontworpen door MVRDV. Maar als het gebouw straks af is, is alle pijn dan geleden? Of begint het voor mij dan eigenlijk pas?

Mijn straat in hartje Rotterdam

 

 

Of het ontwerp voor de Markthal van MVRDV je bevalt of niet, het is in ieder geval vernieuwend en ik kijk uit naar de voltooiing en ingebruikname ervan. Al duurt dit nog wel een jaar of vier. De zes maanden heien had ik alleen wel over willen slaan. Het is dan ook geen toeval dat mijn vriend mij pas op de hoogte stelde van de stampij, toen ik al had besloten bij hem in te trekken.

Een voordeel van er al wonen, is dat ik alle vorderingen in de enorme bouwput nauwlettend kan volgen. Momenteel zijn ze bezig met de voorbereidingen voor het storten van het onderwaterbeton. Een heel gedoe. Om de put staan grote panelen met de toepasselijke tekst ‘Hoor, hier bonkt het nieuwe hart van Rotterdam’. Net als elders in de stad blijft de gemeente vrolijk door bouwen, terwijl steden als Amsterdam en Den Haag een bouwstop hebben aangekondigd.

 Hoort hier bonkt het nieuwe hart van Rotterdam

Onbestemde plekken

Maar alle bouwprojecten ten spijt, het Rotterdamse hart (nieuw of oud) bonkt niet overal. De havenstad kent namelijk ook veel onbestemde plekken, alsof de ruimte er weg stroomt. Veel van deze plekken bevinden zich middenin de stad. Ondanks alle bouwprojecten laat het comfortniveau en de verblijfskwaliteit van het centrum te wensen over.

Deze observatie is bevestigd in een onderzoek dat is gedaan door USP Marketing Consultancy in samenwerking met Jong Onroerend goed Rotterdam (JOR). Harm Tilman verwees daar in zijn blog ook al naar: slechts elf procent van de bewoners van Rotterdam is het eens met de stelling dat ‘de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad is toegenomen door architectuur’.

Guest Urban Critics 2010

De lezing van ‘Guest Urban Critics 2010’ Allan Jacobs en Elizabeth Macdonald was in dit opzicht verhelderend. Hun lezing, georganiseerd door AIR, ging over ‘de potentie van de straat’. Volgens hen is werken aan de openbare ruimte van belang om te komen tot een leefbare stad. Het grootste deel van de publieke ruimte van de stad bestaat uit straten, waardoor veel van de hierboven beschreven onbestemde plekken zich erin of erbij bevinden.

Jacobs en MacDonald vinden dat een goede straat ‘a place for people to walk with some leisure’ is. Of dit zo is, hangt af van vijf factoren.

  1. Fysiek comfort: de temperatuur, het microklimaat en de wind dragen bij aan het comfort van een straat. Zo moeten mensen de mogelijkheid hebben de zon op te zoeken wanneer het koud is en de schaduw wanneer het warm is.
  2. Definiëring: een straat dient een duidelijk profiel te hebben. Van belang is daarbij de hoogte van de aangrenzende bebouwing, die dient ongeveer twee keer zo hoog te zijn als de straat breed is.
  3. Transparantie: voorbijgangers willen weten wat zich achter de wanden van een straat afspeelt. Op die manier ontstaat er contact tussen beide.
  4. Complementariteit: de gebouwen aan een straat hoeven niet gelijk te zijn, maar ze moeten elkaar wel complementeren, zodat in de straat evenwicht ontstaat.
  5. Kwaliteit en onderhoud: verwaarlozing maakt de straten onaantrekkelijk. Kwaliteit van materialen en details maken van een straat een feest voor het oog.

 
Mijn straat eindigt nu nog in een enorme bouwput                     De bebouwing aan de overkant   

Oase van rust

Mijn straat – tenminste de straat waaraan de entree zich bevindt – ontbeert zo ongeveer alle bovengenoemde punten: dichte plinten, vieze groene drab op het water, totaal verschillende bebouwing aan beide zijden en een enorme bouwput op de kop. Deze momenteel onbenutte potentie middenin het hart van Rotterdam veroorzaakt pas echt leed zou je denken.

Maar dat doet het allerminst. Door de onaantrekkelijkheid van de straat komen er maar weinig mensen – behalve een paar, die weten dat je bij mij voor de deur goed kunt parkeren. En zo kan ik op een zwoele zomernamiddag ontspannen genieten van een glas wijn op mijn dakterras. Middenin de stad bevind ik mij in een oase van rust. Daar is niets pijnlijks aan. Straks als de Markthal er is, wordt de ruimte er omheen vast opgewaardeerd. Stap ik mijn huis ineens binnen in een aantrekkelijke straat met bootjes, cafés en winkels en is de sfeer op mijn dakterras waarschijnlijk een stuk minder sereen.

 
Mijn dakterras middenin Rotterdam

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels