blog

Building Passion van start

Architectuur

Enkele jaren geleden, in de winter van 2005, interviewde ik in het NAi voor de Architect het Amerikaanse architectenechtpaar Robert Venturi en Denise Scott Brown. Mijn vragen werden welwillend aangehoord en in eerste instantie door Robert Venturi beantwoord. Maar na de derde vraag verloor Denise Scott Brown haar geduld en interrumpeerde ze haar man die “nu toch wel lang genoeg aan het woord was geweest”.

Building Passion van start

Ik moest hieraan terug denken toen ik door Laura Stevens werd gevraagd om voorzitter te worden van de Building Passion jury. Vrouwen in de bouw meer zichtbaar maken is een goede doelstelling. Maar op welke openbaarheid mik je dan? Die van de vrouw als rolmodel? Of gaat het om vrouwen die in de schijnwerper staan? Wil je haar presenteren in een glamourachtige omgeving? Of beoordeel je haar op het werk dat ze doet?

De jury kwam op een zonnige vrijdagnamiddag bijeen in Amsterdam. Voor de jury was Heleen Mees gevraagd, die vanuit New York met haar stevige standpunten de vrouwenzaak bepleit in ondermeer NRC-Handelsblad en Opzij. Ook uitgenodigd was Myrthe Hilkens, freelance journalist die onder meer publiceert in de Volkskrant, De Pers, Opzij en NRC Handelsblad. Ellen Sander was de derde vrouw in de jury. Ellen is sinds 1990 architect en directeur eigenaar Sander architecten en een van de beste interieurarchitecten in dit land. Naast mij was ook Hans Lensvelt gevraagd, met wie wij samen de Lensvelt de Architect interieurprijs organiseren, dit jaar al weer voor de negende keer.

De jury bijeen: van rechts naar links Heleen Mees, Myrthe Hilkens, Hans Lensvelt en Harm Tilman Fotograaf Laura Stevens


De jury bijeen: Ellen Sander Fotograaf Laura Stevens

Man-vrouw situaties

Zo maar een anekdote uit het vermakelijke boek Het zit de mannen niet mee tegenwoordig van Philippe Remarque, dat manshoog ligt opgestapeld in iedere boekwinkel. “Probeer dat tegenwoordig nog maar eens, wierp ik tegen. De vrouw zit zelf op haar werk. Zij wil ook een kopstoot. En met alle mannen samen hebben we nog steeds geen overtuigend element kunnen vinden om haar dat recht te ontzeggen.”

De passage is veelzeggend: twee mannelijke journalisten van een landelijke ochtendkrant mijmeren over het feit dat het vroeger allemaal veel beter was. Opmerkelijk, je zou zeggen, want hebben wij dat dertig jaar geleden niet al afgekaart, maar het tegendeel is het geval.

Having words

 Denise Scott Brown publiceerde onlangs Having Words, een bundel vol met heerlijke, pittige stukken. In een daarvan beschrijft ze de genante situaties waarin ze met haar man belandde nadat laatstgenoemde door het boek Complexity and Contradiction plotseling wereldfaam had gekregen. Zo kreeg ze van een collega te horen, dat het waarschijnlijk haar man was die de stukken schreef die onder haar naam verschenen. Ook kwam het herhaaldelijk voor dat in artikelen over het werk van VSB de ontwerpen en de ideeën worden toegeschreven aan Robert Venturi.

Helemaal bont maakt een Japanse criticus van naam en faam het. Een stedebouwkundig plan dat zij had gemaakt, schreef hij toe aan haar man en verbond daar allerlei interpretaties aan over diens zielentoestand. Hoogtepunt is een brief die zij ontvang van een collega-echtgenoot. Deze schreef haar dat zij weliswaar haar ideeën terug zag in het werk dat zij met haar man maakte, maar dat de kwaliteit van dit werk toch aan zijn talent lag en niet haar samenwerking.

Kwantitatieve en kwalitatieve veranderingen

Toch is sindsdien het nodige veranderd. De maatschappij is wezenlijk verscheiden geworden en dat komt natuurlijk ook omdat vrouwen zich hebben geëmancipeerd en hun rol zijn gaan innemen in de samenleving. Tegelijkertijd is in de architectuur het fenomeen ‘starchitecture’ nodig aan vervanging toe. Dit systeem ziet het bureau als een piramide met de ontwerper aan de top, maar dit heeft weinig te maken met de huidige complexe relaties die in architectuur en bouwen voorkomen.

De bouw is nog steeds een echt mannenbolwerk, ook getuige een publicatie in de Volkskrant van enige tijd terug. Maar wie ook maar een beetje heeft opgelet weet dat hierin verandering is gekomen, in ieder geval op het gebied van architectuur. Van de bijna 10.000 bij het Register ingeschreven architecten is zo’n twintig procent vrouw, een vertienvoudiging in twintig jaar. Het kan niet anders dan dat dit aandeel zal blijven stijgen, getuige het feit dat het aantal vrouwelijke studenten op TU’s inmiddels is gestegen tot ongeveer veertig procent. Ook het aantal maatschappelijk invloedrijke posities toeneemt. In 2008 werd Francine Houben van Mecanoo gekozen tot Zakenvrouw van het jaar en werd Liesbeth van der Pol benoemd tot de eerste vrouwelijke Rijksbouwmeester. Net als meest andere vrouwen profileren zij zich op hun vak en willen ze daarop worden beoordeeld.

Criteria

In het boek Building Passion van Laura Stevens en fotograaf Barbra Verbij zijn honderd + een vrouwen verzameld die hun sporen in uiteenlopende werkkringen hebben verdiend. Laura had uit deze lijst van honderd een shortlist van zestig vrouwen samengesteld die nog niet zo “zichtbaar” zijn en nog nooit “vrouw van het jaar” zijn geweest, maar dit in haar ogen wel zouden verdienen.

De jury bleek vooral nieuwsgierig zijn naar de beroepspraktijk van al deze vrouwen. We vroegen ons af: Waar werken ze? Wat hebben ze daar bereikt? Wat zijn hun idealen? En ten slotte; wie zijn hun grote voorbeelden? Deze vragen sloten verrassend goed aan op de verzuchting van Denise Scott Brown dat ze vaak wordt gevraagd om lezingen te houden op architectuurscholen om een rolmodel te zijn voor de jonge vrouwelijke studenten, maar dat ze liever zou worden gevraagd omdat men haar werk interessant vindt.

Het gaat om het zichtbaar maken van vrouwen in de bouwwereld en achterstanden in te halen op het terrein van diversiteit in alle lagen van de organisaties. Maar het gaat er ook om te laten zien dat andere vaardigheden dan ontwerpen van belang zijn voor de architectuur en het bouwen en dat er minder behoefte is aan goeroe’s en meer behoefte aan verantwoordelijkheid en menselijkheid in het bouwen.

Nominaties en winnaar

De genomineerden bijeen op het podium: van links naar rechts Michelle Prins, Maartje Lammers, Sabine van den Boom, Anjelica Cicilia en Elphi Nelissen. Helemaal rechts staat juryvoorzitter Harm Tilman Fotograaf Barbra Verbij

Als jury nomineerden we vijf vakkundige, doortastende en vooral ondernemende vrouwen.

 Sabine van de Boom is adjunct-directeur van Heddes Bouw uit Hoorn. Dit bouwbedrijf verzorgt utiliteitsbouw, woningbouw, renovatie en onderhoud, zowel in landelijke gebieden als bij omvangrijke binnenstedelijke plannen. Een recent project is De Rietvinck voor Osira Groep en Woonzorg Nederland door architect Marc Prosman Architecten, dat is genomineerd voor de Hedy d’Ancona Prijs voor Excellente Zorgarchitectuur 2010.

 Anjelica Cicilia is sinds 2008 commercieel directeur van KOW Architecten waar ze eindverantwoordelijk is voor acquisitie en communicatie van KOW. Dit bureau is een full service bureau dat door zijn omvang, disciplines en deskundigheid in staat is bij vrijwel alle opgaven als verantwoordelijke contractpartij te fungeren.

 Maartje Lammers is samen met Boris Zeisser oprichter van het architectenbureau 24h Architecture. Dit bureau is ideeënbureau, gericht op techniek en esthetiek, met als doel architectuur te maken die de gebouwde omgeving en de gebruikers verrijkt. En heeft een internationaal werkveld, met projecten in Nederland, Engeland, Zweden en Duitsland.

 Elphi Nelissen is sinds 1991 directeur van haar eigen, gelijknamige ingenieursbureau en adviseur bouwfysica en installatietechniek. De hoofdactiviteiten van dit bureau bestaan uit het verstrekken van adviezen voor elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties. Daarnaast horen de bouwfysica, akoestiek geluid en brandveiligheid eveneens tot onze hoofdactiviteiten. Het onderscheidt zich door een overall visie die bij alle projecten streng wordt bewaakt.

Michelle Prins werkt als energieontwikkelaar bij Volker Wessels DEC. Deze organisatie is een innovatieve en dynamische netwerkorganisatie die zich bezighoudt met concept- en projectontwikkeling op het gebied van duurzame energie en duurzaam vastgoed. Tevens treedt DEC treedt op als co-maker van duurzaam vastgoed, door samen met vastgoed ontwikkelaars nieuwe concepten te ontwikkelen.

En de winnaar is … Anjelica Cicilia Fotograaf Barbra Verbij

Nog veel te doen

Vorig jaar zei Denise Scott Brown dat ondanks veranderingen ten goede op de scholen en in de beroepspraktijk, naar haar gevoel nog steeds weinig is veranderd. Nog altijd maakt ze het mee dat op haar werk het etiket Venturi wordt geplakt. De belangstelling voor de positie van de vrouw is weliswaar toegenomen, maar leidt in de praktijk daartoe, dat in interviews haar man wordt ondervraagd over het werk en zij over vrouwenproblemen. Vandaar haar hartenkreet: Heb het me over het werk.

Tot slot: in de scholen begint de verhouding tussen mannen en vrouwen redelijk in balans te raken. Ook de eerste jaren in de praktijk brengt nog weinig scheiding tussen mannen en vrouwen teweeg. Het is vooral op het moment dat carrière wordt gemaakt dat problemen ontstaan en dat bureaus en opdrachtgevers toch nog vaak afzien van het geven van grotere verantwoordelijkheden aan mannen en vrouwen. Op dat vlak ligt dus nog een flinke opgave. Building Passion komt dus precies op het juiste moment.

 Harm Tilman

Wilt u reageren h.tilman@sdu.nl

Links

Verslag van interview op Archined http://www.archined.nl/recensies/more-sign-than-space-las-vegas-revisited/

De site van VSB http://www.vsba.com/

21 december 2009

Reactie op Building Passion

door Clairette Gitz, architect en free-lance publicist

De meeste architecten die ik ken blinken niet uit in mannelijke stoerheid. Zij onderscheiden zich vaak met eigenschappen, die aan vrouwen en ook aan kunstenaars worden toegeschreven, ze zijn gevoelig en behaagziek, willen graag aardig gevonden worden en in het middelpunt staan.Ze verleiden de vrouw van de opdrachtgever en gebruiken al hun charmes om opdrachten binnen te halen. Daar sta je als vrouwelijke architect met lege handen naast. Als je charmant bent tegen de mannelijke helft van je opdrachtgevers wordt de vrouw jaloers en kiest voor de mannelijke architect, die haar charmeert en de schuldbewuste man zal haar volgen.

Hoe vaak heb ik het meegemaakt acquisitie gesprekken te hebben gehad op kantoor bij een mogelijke opdrachtgever, terwijl je de zelfde avond op een borrel wordt genegeerd, omdat vrouwlief ook in de buurt is en net haar vernissage heeft vanwege haar laatste schilderijen.

Het initiatief van de Building Passion Award is lovenswaardig, maar zal deze prijs de schijnheiligheid tussen de seksen oplossen? Natuurlijk gaat het om het werk van de vrouwen in de bouw, natuurlijk is het goed dat het boek hen zichtbaar maakt. Dat enkele vrouwen topposities hebben hangt niet samen met hun biologisch gedetermineerde staat, maar eerder met karaktereigenschappen. Dat het gros van de vrouwen moeizaam doorstroomt naar betere posities hangt wel samen met “gender”. Toen ik bouwkunde ging studeren was de verhouding vrouw man nog 1 op 10 en zat je zelden met andere vrouwen in een werk/ projectgroep. Je was “one of the guys” en in competitie met elkaar.

Bij mijn eerste sollicitatiegesprek als bouwkundig ingenieur zakten de ogen van de architect-directeur steeds omlaag ter hoogte van mijn borstkas, ik weet niet wat hij zocht op mijn colbert, maar ik kreeg de baan. Ik kan een lijst van discriminaties maken, maar dat is zinloos, maar de ergste veroordeling van mijn vrouw-zijn heb ik meegemaakt, doordat mijn contract op een architectenbureau niet werd verlengd, omdat ik in verwachting was. Ik zou partner worden, was door een adviesbureau geselecteerd en goed bevonden.

Waarom deze persoonlijke verhalen? Het is moeilijk in abstractie over zulke gebeurtenissen te spreken als je niet diepgaand onderzoek hebt gedaan. Dat er overigens wel is geweest, zoals bijvoorbeeld in 1996 Loopbaanverloop van Nederlandse jonge ingenieurs door Hanneke de Bruin-Scheepens.

Ook in mijn generatie ken ik vrouwen die goede posities verwierven bij Rijksgebouwendienst en bij gemeentes, of directeur van woningbouwverenigingen werden .Deze vrouwen knokten stuk voor stuk voor hun positie, voor parttime werk, voor kinderopvang, omdat het voor mannen helemaal not-done was voor kinderen te zorgen, En zij hebben de weg gebaand voor volgende generaties, maar geprezen zijn ze niet. Maar ook die ene huisman op het schoolplein was een vreemde eend in de bijt.

Mijn “vrouwenprobleem” zoals Scot Brown het noemt zal zeker niet op zichzelf staan, want ik ken vrouwen die hebben geprocedeerd om hun baan te behouden na discriminatie, hetgeen ik weer zinloos vind. Willen ze je niet, dan behoor je niet in de bureaucultuur. Want daar gaat het over , over cultuur. Het is in de Nederlandse maatschappij nog steeds niet gewoon, dat vrouwen zich profileren naar topposities. De bouwbranche is een conservatieve, dus daar wordt op dat punt zeker achtergelopen. Dat zo’n prijs nu mogelijk is heeft juist te maken met het feit, dat de discussie ruimer wordt gevoerd, dat ook mannen gaan begrijpen ,waar je het over hebt als je het onderwerp aansnijdt, dat is een positieve ontwikkeling.

Vooral die dubbelzinnige namen als “Femme Metaal” en Buiding “Passion” laten in het taalgebruik doorschemeren dat er nog steeds een seksistische bijgedachte is, ik denk dat zelfs vrouwen daar niet los van staan, omdat taal onlosmakelijk verbonden is met cultuur.

Ik vind dat de prijs 20 jaar te laat is, het boek ook. De vrouwen, die de weg hebben vrijgemaakt gaan binnenkort met pensioen. Ik stel de “vrouw – in – de – bouw – die- zonder – kleerscheuren – haar – pensioen – heeft – gehaald – prijs” voor.

Natuurlijk laat het boek zien dat in alle lagen ambitieuze vrouwen voorkomen, die zijn er gewoon en zullen er ook blijven en zich vermenigvuldigen.In zoverre is de Femme Metaal prijs meer op zijn plaats als positieve handeling, omdat ze bedrijven, die vrouwen een arbeidsplaats in de technische metaalbranche verschaffen, belonen met een prijs. De vrouw die de Building Passion Award verwerft zal er niet zoveel aan hebben. Het bedrijf dat de voorwaarden schept voor een evenwichtige samenstelling van mannen en vrouwen in alle lagen zou een schouderklop verdienen, want dat zijn gezonde bedrijven.

Dus beste Harm, de prijs is niet op tijd, maar van deze tijd, en eigenlijk te laat.

Clairette Gitz

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels