blog

Architectuurfotografie gaat niet over rozen

Architectuur

Er zijn fotografen die alleen maar voor architecten werken. Christiaan Richters is een van de bekendste, de zakelijkste en als je zijn foto’s in het NAI jaarboek optelt, de meest geliefde. Christiaan is een aardige en nette Duitser uit Münster. Wij komen elkaar vaak tegen, bijvoorbeeld in Venetië. Met onze afgeslankte, waterdichte en tegenwoordig vederlichte fototassen, maar 16 kilo nu, dankzij het digitale werk. Wij kletsen wat af over Leaf, Alpa, Schneider Kreuznach en Carl Zeiss.

Architectuurfotografie gaat niet over rozen

Fotografen kletsen graag over THIS YEARS MODEL, als het gaat over lenzen, camera’s en achterwanden.

Foto’s zijn voor architecten heel belangrijk. Ik grap altijd tegen nieuwsgierige Vinex bewoners dat de architect het huis niet onder zijn arm kan meenemen om het aan zijn/haar geliefde te laten zien en dat we dus daarom die foto’s maken. Ik probeer samen met de architect een verhaal te vertellen over het ontwerp. Over de relatie met de mensen en de omgeving. De foto’s zijn voor de wethouder, de bladen en documentatie voor het bureau.

Niet alle projecten zijn geschikt voor publicatie in de bladen. (Crematorium Hofwijk 2008, foto’s A. de Haas)

Foto’s leveren werk op voor architecten. De band kan hecht zijn zoals tussen Le Corbusier en fotograaf Lucien Hervé of tussen Rem Koolhaas en Hans Werleman. En allemaal maar sjouwen. Statieven of die Sinar P2 -Julius Shulmann’s camera- weegt 15 kilo, op een groot en zwaar Gitzo statief. En dan nog zware Duitse lenzen, vele cassettes, polaroid in reuzen-dozen . De KLM rekent 1000 euro om Sinar co naar Japan te vliegen. Tien dagen had ik de tijd daar. En  7 dagen regende het, grijs teringweer, geen foto’s. In een achterlijk gat met een dito treinstation waar ik een eind naar toe moest lopen. Eindelijk bij die trein was daar toch nog die nauwe en hoge loopbrug. De koffer paste niet in of door de brug en de trein reed weg, in de regen. Wat een ellende.


Fotograaf Reinhart Wolf aan het werk in Spanje met Polaroid in de hand. Op Sinar 8*10 diafilm, 800 mm lens, balg uitrek: meters. Foto: uit het boek Castilos in Spain. De Rodenstock Lens weegt zo’n 7 kilo en werd op bestelling gemaakt in de fabriek. Het is sjouwen in de architectuurfotografie. Reinhart maakte adembenemende telefoto’s op 8*10 inch dia film van New York.

Een andere “vakfotograaf gespecialiseerd in architectuur” ( volgens de definitie in het boek De Geschiedenis van de Nederlands Architectuur fotografie uitgeverij 010 ,1989) is Jeroen Musch. Jeroen en ik zijn zover de markt dat toestaat vrienden.

Rotterdam Architectuur stad: De Gouvernestraat in Rotterdam. Gefotografeerd met Sinar-X, 75 mm Rodenstock op 4*5 inch Ektachrome 100G film. Belichting 1/30 sec bij diafragma 16,5. Blind uit het hoofd, want dat vond ik stoer. Met Lee 81A filter achter de lens tegen de overmatige blauwzweem van de lucht. De film werd plus 1/3 stop overontwikkelt in het laboratorium voor intensere kleuren. Foto Rob ‘t Hart

Er zijn vele fotografen / kunstenaars en “kunstenaars die het medium fotografie gebruiken”, zoals ze zelf zeggen. Jaarlijks stromen de academies leeg, elke stad heeft er een en dan is er ook nog de Fotovakschool in Rotterdam waar ook de Willem de Kooning academie huist. Is Rotterdam daarom een fotografiestad? Wel twee opleidingen, dat maakt dat het dringen is in de fotografie. In vak en kunst.

Het stedelijk landschap is een geliefd onderwerp. Hans Aarsman presenteerde in 1989 het op 4*5 inch Kodak Vericolor film, dat is een zachte pastel kleurnegatieffilm geschoten prachtige boek AARSMAN’S AMSTERDAM dat thans een vermogen waard is. Anja de Jong hangt zeer fraai in het CBK te Dordrecht, nog tot en 28 november. Deze tentoonstelling is samengesteld door Flos Wildschut.


Beeld en copyright Anja de Jong gemaakt in IJsland 1992. Ik vind dit prachtig.

Theo Baart produceert met zekere regelmaat het ene prachtboek na het andere, daar heb ik respect voor. Bas Princen maakt prachtig beeld. Siebe Zwart deed de HSL. En zo voort. Hulde. Onder de “kunstenaars die het medium fotografie gebruiken” reizen er vele frequent naar China.

Tianjin 28 april 2009.  Foto Rob ‘t Hart

Buitenland is kunst. Stelt u eens voor: een National Geographic-achtige fotoserie van een baai in Groenland, het koude landschap is in magenta schermerlicht gefotografeerd, perfect en metersgroot geëxposeerd in een oude fabriekshal. Het ziet er idyllisch uit, daar bij die Eskimo’s. Alle fotobobo’s zijn aanwezig op de opening want de reis is gesubsidieerd. Het begeleidend boek is ook gesubsidieerd. Dan volgt het concept “Geschonden Landschap”, die lekkende Russische kernonderzeeër, “ja precies op die foto, net onder gedoken dan, haha.., “ de idylle op de foto’s blijkt een giftige nucleaire plek, lees je op papier van de name droppende galeriehouder die Hegel en Kant citeert. Het is kunst. Het ongemakkelijke landschap is mooi verbeeld in Todd Hido’s (kunsternaar 1968 Kent Ohio) boek House Hunting 1996 – 2000 waarvan er maar 2000 kopieën op de aarde zijn. Dit is geweldig werk.


Met mijn kunstvriend Han Goan Lim verbazen wij ons op vernissages. Goan is dol op architectuur.

Wat staat hier:

“Utrecht Manifest 2009, 3e biënnale voor social design wil aandacht besteden aan de vraag hoe en in welke vorm het sociale vandaag de dag tot stand komt: niet op een thematische manier, maar door de culturele modellen waaruit biënnales doorgaans bestaan, zoals de museumtentoonstelling, het studentenproject, het model van de ‘real intervention’ en zelfs het communicatietraject, allereerst als sociale modellen te benaderen. Modellen die stuk voor stuk de vraag opwerpen wat de noodzaak en urgentie van sociale vormgeving is. Het resultaat van deze werkwijze is dat elk programmaonderdeel specifiek in plaats van illustratief is, waarbij het perspectief op het sociale voortkomt uit het model zelf. Dit maakt het voor de bezoekers interessant de gehele biënnale te bezoeken. In plaats van alleen een enkel onderdeel te zien, kunnen zij bij ieder onderdeel een volstrekt eigen antwoord krijgen op een specifieke vraag en zo de complexiteit en zelfs de tegenstrijdigheden van sociale vormgeving ervaren. Ieder onderdeel kent een eigen parallelprogramma, dat is opgebouwd uit films en video’s, tijdelijke en geïmproviseerde presentaties, bijeenkomsten in de vorm van diners of tea’s en meer reguliere lezingen en debatten.

Snapt u het???

Een grote groep haalt het niet in de fotografie, want er zijn er teveel: fotografen. Veel te veel.

Die gaan na de academietijd het subsidiecircuit in, daar kan je dan vervolgens twee jaar van leven. Dan houdt dat weer op. Je kunt ook een post-academische opleiding volgen in Breda. Maar daarna?

Je geeft ‘s avonds les op de academie aan de volgende golf fotografen. Het blijkt nauwelijks te doen in de praktijk: fotograferen als vak of kunst. Een Mac(s) + Scherm + Camera + lenzen + diverse Raidsystemen kosten een fortuin. En elke drie jaar moet je flink vervangen en upgraden.

Daarbij is het copyright in de toekomst niet meer houdbaar. Dat vergt nieuwe inzichten als je wilt leven van je fotografie. Het lijkt mij van groot belang om daar over te praten. Je kunt lid worden van de Gebonden Kunsten Federatie, de GKF Amsterdam. Als je toegelaten wordt.


Ja mensen, het gaat niet altijd over rozen in de fotografie.

Boekentips

Todd Hido, House Hunting, Nazraeli Press 2001
Reinhart Wolf, New York
Robbert van Venetie en Annet Zondervan, Geschiedenis van de Nederlandse architectuurfotografie, uitgeverij 010, Rotterdam 1989

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels