blog

Nieuw elan op Bouwkunde

Architectuur

Vorig jaar werd de architectuurwereld opgeschrikt door een felle brand die de Faculteit Bouwkunde geheel in de as legde. In verbazingwekkend korte tijd werd de Faculteit weer opgebouwd in het oude, voormalige hoofdgebouw van de TU Delft. Snel genoeg heeft de school weer het elan gevonden dat het in het oude gebouw leek te zijn kwijtgeraakt.

Nieuw elan op Bouwkunde

Afgelopen week bezocht ik met de jury de zes projecten die dit jaar voor de Lensvelt de Architect interieurprijs zijn genomineerd. Het was een enerverende dag die vroeg begon in Brussel met een bezoek aan het meesterlijke Bronks Jeugdtheater van MDM en eindigde bij de Raad van State waar we werden rondgeleid door Evelyne Merkx. Vanwege een nominatie die het interieur van MVRDV en Richard Hutten in de wacht sleepte, brachten we ook een bezoek aan de Faculteit Bouwkunde.

 Harm TIlman in gesprek met Wytze Patijn. Foto Marc Dubois  In gesprek met Wytze Patijn. Foto Marc Dubois

Een jaar geleden brandde de Faculteit Bouwkunde af, maar nu draait ze alweer op volle toeren in het gebouw aan de Julianalaan. In dit voormalige hoofdgebouw van de universiteit haalde ik vroeger mijn collegekaart op. Ook maakte ik er in de jaren zeventig een bezetting mee.

Het was bijzonder te zien welk elan de school lijkt te hebben gekregen, niet in de laatste plaats door de decaan Wytze Patijn die weer volledig back in business is. Sinds haar stichting was de Faculteit een bolwerk van modernisme, door Hans van Dijk onder woorden gebracht door de introductie van het begrip ‘onderwijzersmodernisme’. In de loop der jaren vergroeide deze houding met het gebouw. Het fenomeen, dat in de jaren zestig nog levendig was, versteende tot een sterke dogmatiek.

 Faculteit Bouwkunde TU Delft. Foto Marc Dubois
Foto Marc Dubois

In het pas verschenen brievenboek ‘Publieke vijanden’ discussiëren Michel Houellebecq en Bernard-Henri Lévy met onwaarschijnlijk gemak over de meest uiteenlopende onderwerpen, van de leegte waartoe Houellebecq het menselijke bestaan terugbrengt, tot de axiomatiek die Lévy in het denken ziet opgesloten. Het zijn kwesties die ondanks de abstractie waarvan de schrijver en de filosoof zich soms bedienen toch zeer interessant zijn en direct zijn gerelateerd aan de vragen van deze tijd.

In het boek verbaast Lévy zich over de losheid en ongedwongenheid waarmee Houellebecq naar hartelust citeert uit de geschiedenis van de filosofie. “Ik zou dat niet kunnen”, beweert Bernard-Henri Lévy,. “Bij mij is het idee erin gestampt dat filosofieën samenhangende systemen zijn, gesloten gehelen en dat het zeer riskant is daar iets uit te nemen, het af te zonderen, het je toe te eigenen en te citeren.”

Dit was ook wat de bouwkunde studenten in Delft vanaf hun allereerste dag werd ingestampt: Gebruik geen architectonische elementen los van systematiek (of stijl) waarin ze zijn geformuleerd. Want los van de context of de oorspronkelijke architectonische taal verliezen ze hun betekenis of hebben ze in het geheel geen betekenis meer.

Dat was natuurlijk knap lastig want de context van de Duitse Siedlungen of die van de Russische experimenten lieten zich vanzelfsprekend niet vertalen naar het Holland van de jaren zeventig, de retoriek van de studentenrevolutie ten spijt. Het idee dat je deze wijken en gebouwen zou kunnen deconstrueren en dat je de elementen vervolgens weer zou kunnen samenstellen, kwam zo al aardig op losse schroeven te staan.

Lastiger was dat het beeld dat op de faculteit werd gepredikt, nooit heeft bestaan. In 1974 bezochten we, gewapend met ‘Complexity and Contradiction’ van Robert Venturi, villa’s van Adolf Loos en anderen in Wenen en Praag. Loos was voor ons een held omdat hij welhaast in zijn eentje het hele ornament uit de architectuur had verwijderd. Althans dat was ons in Delft verteld. Groot was onze verbazing toen we op de voorgevel van Haus Rufer in Wenen afdrukken van drie klassieke metopen aantroffen.

Citeren mocht weer en het sloot goed aan op de ‘Do it yourself ‘ cultuur die zich in deze tijd begon te ontwikkelen, in de muziek en de schilderkunst maar ook in de architectuur. Mooi om te zien dat nu op Bouwkunde weer grenzen worden geslecht en dat de basis wordt gelegd voor een grote verscheidenheid aan ontwerpen en modellen. Het maakt nieuwsgierig naar de resultaten die dit nieuwe elan en idealisme zullen gaan opleveren.

Reageer op deze blog

 Werkruimte Faculteit Bouwkunde TU Delft. Foto Marc Dubois
Foto: Marc Dubois

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels