blog

Mijn naam is Rob ‘t Hart

Architectuur

Mijn naam is Rob ’t Hart. Ik ben fotograaf, geboren in 1962 en opgegroeid in de Schiebroeksepolder te Rotterdam. Mijn fotografische carrière is onlosmakelijk verbonden met mijn jeugd.

Mijn naam is Rob ‘t Hart

Mijn oma woonde aan de Schiebroeksesingel in Rotterdam, de achterkant van de Bergse plassen nabij de Kleiweg. In de middeleeuwen vormde de Kleiweg een verbinding over land tussen de Rotte en de Schie. Aan deze op een zandrug gelegen weg vestigden zich de eerste bewoners. Het omliggende gebied is rond 1300 in cultuur gebracht. In de 17de en 18de eeuw werd er op grote schaal turf gewonnen. Dit had tot gevolg dat een plassengebied ontstond. Vanaf 1772 maakte men van Schiebroek een polder door het aanleggen van kades, vaarten en sloten. Vanaf die tijd werd het overtollige water door een molengang van drie molens weggemalen naar de Bergse Plassen. Dit is noodzakelijk, want het gebied ligt vijf meter onder NAP. In dit veenplassen gebied schaatste ik, zeilde ik en fietste ik door de toen nog lege polders, via Waddinxveen, langs de Amstel tot aan Amsterdam.

De Meidoornsingel in Schiebroek, 1979


Geboren in het jaar 1962

In mijn roodharige familie werd druk gefotografeerd. Al vroeg is mijn fotografische smaak bepaald door de jaargangen van de Photography Annual uit de verre USA. Mijn vader las deze magazines en ik raakte als kind gefascineerd door de foto’s. We hadden toen nog geen televisie. Deze zwart-wit foto’s in 2D kwamen sterk op mij af. Dit bracht mij in mijn vroege jeugd in contact met het werk van meesterfotografen als Edward Weston, Ervin Penn, W. Eugine Smith en Robert Frank.

Ik leerde fietsen in een wederopbouw wijk van architect Groosman in Schiebroek, een mini uitvoering van Rotterdam Pendrecht. Met grote Rozenperken vol gele theehybrides (grote dikke rozen) en paarse budlea’s. Achter mijn ouderlijk huis, naast de Hofplein spoorlijn, liepen koeien. Met oud en nieuw was het leuk om vuurwerk in de koeienvlaaien te plaatsen en de kraters te aanschouwen.

Mijn moeder had qua woninginrichting een “Ik kan wonen” smaak. De vrouw op de Shulmann foto, in de chinablauwe jurk, lijkt sterk op mijn moeder in haar jonge jaren. Ik ben opgegroeid tussen Dutch Design. Later kwam daar in de jaren zeventig de “boeren antiekgolf” over heen, met het verlaagde plafond, de open haard, het blad Gandalf en de onvermijdelijke schrootjes.

De paarse zachtboard tegels

Groosmans harde betonnen vloeren liet de aanleg van een hippe leefkuil niet toe. Wel metselde mijn vader een grote plantenbak in rood boeren baksteen. Na mijn vaders overlijden heeft mijn moeder al het schroot uit de jaren 70 later verwijderen. Thans zit ze weer in haar Ik kan Wonen interieur op haar fel rode Arne Jacobsen ei. Ze is nu 72 jaar.

Ik fotografeer vanaf mijn twaalfde jaar. Eerst met de 6* 9 cm Agfa Clack, daarna de opvouwbare 6* 9 cm Agfa Billy I. Op mijn 14e met een Olympus Trip35 en mijn vaders mooie Pentax set. De Pentax KM en later MX. Zelf films ontwikkelen, Microdol, D76 en HC110 ontwikkelaars, en afdrukken. Altijd Kodak, ik hou van dat geel en rood. Er was een Doka thuis, in het zoldertje. Mijn moeder klaagde over de fixeervlekken die niet uit de kleding waren te wassen.

Mijn hippe oom uit Amsterdam beschikte over “Vietnam-film” F2 photomic Nikon camera’s en een heuse Hasselblad ELM met motor. Zijn vrouw stond als fotomodel in de AVENUE. In Antonioni ’s film Blow UP uit 1966 is de sfeer van destijds, met name in de DOKA, goed verbeeld. Maar het was in de Haag en Veld flat in de Bijlmermeer waar hij vanaf de Herengracht (!) als eerste bewoner naar toe verhuisde, niet zo sexy als in Londen. De Haag en Veld flat is de oudste flat van de Bijlmer en is gebouwd in 1971 door G.A. Nassuth. Ook mijn oma en opa verruilden hun mooie huis aan een lommerrijke singel voor een flat in de nieuwe Alexanderpolder in Rotterdam. Ze kochten een kleuren televisie.

Naast fotografie en beeldende kunst (mijn vader sleurde mij alle Nederlandse en Franse musea door) werd ik al vroeg geconfronteerd met moderne architectuur. Ik liep graag alleen door de eindeloze fris opgeleverde overdekte straten van de Bijlmer flats. Ik kwam vaak in Amsterdam. Jaren later werd het er zo onveilig dat dit niet meer kon. De gangen zijn inmiddels gesloopt.

Met mijn vader kwam ik jarenlang in Parijs, soms wel twee keer per jaar. Daar heb ik veel zien bouwen, zoals de zakenwijk La Défence maar ook Centre Pompidou (1977) en het Institut du Monde Arabe van jean Nouvel (1981-1987).

In 1982 zag ik de film Blade Runner in de mooiste bioscoop van Rotterdam: Cinerama 1. De volgende dag ging ik weer.


Blade Runner, 1987

Mijn broer overleed in 1976 en mijn zus in 1987

Mijn zus en ik in Rotterdam Blijdorp, 1970


Beirut in 1983

In 1983 belande ik als dienstplichtige VN militair in het zuiden van Libanon. Ik werd daar geconfronteerd met armoede, ellende en leugens. De genocide op honderden Palestijnse bejaarden, kinderen en vrouwen in het vluchtelingenkamp Shabra en Shatila door christelijke milities onder auspiciën van de Israëli’s had net een paar maanden eerder plaatsgevonden. De animatie film Waltz with Bashir (2009) geeft een wonderlijk verslag van deze oorlogswaanzin.

Haris, Libanon, 1983 (kodachrome)

In de jaren tachtig maak ik vooral zwart-wit foto’s voor het culturele circuit van Rotterdam, ik hou in 1986 Atelier in het Oude Noorden. Begin jaren negentig werk ik, als slaaf/domoor, bij de meester reclamefotograaf Ruud van Bueren in Rotterdam Kralingen. Ruud leerde mij de geheimen van de kleurenfotografie op 8*10 inch en 4*5 inch Diafilm en op het peperdure, helaas ter ziele gegane Polaroid.

Ik houd van rauwe stedelijkheid, stedelijke iconen, reclameborden, binnenstedelijke rotzooi, herontwikkeling, kortom het stedelijk landschap. Afgelopen13 jaar ben ik full-time, dag in dag uit, bezig geweest met het fotograferen van stedelijke ontwikkelingen. Van Vinex naar Vinex2, een bejaarden flat in Loppersum, het station in Geldrop, het gemeente huis van Ruurlo, een politiebureau in Maasbracht,een rechtszaal, de privé huizen van de hele, hele rijke mensen, maar ook de woningen van de bewoners van Osdorp in Amsterdam en de Millinxbuurt in Rotterdam. Daarnaast kom ik veel in het buitenland.

Stedelijkheid in al zijn gedaanten, Bangkok, 2005


Chicago, 2000

Madrid, 2002


Beijng, 2009

Amsterdam, 2006


Rotterdam, 2007


Het gesloopte busstation van architect Rem Koolhaas voor het gesloopte Centraal Station van architect Sybold van Ravesteyn te Rotterdam

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels