artikel

Zur Architektur des Wohnens

Architectuur Premium

Zur Architektur des Wohnens

De elf lezingen die Joost Meuwissen in het academisch jaar 1992-1993 in Karlsruhe hield en in 1995 zijn gebundeld, zijn nu door de Universiteit van Graz opnieuw uitgegeven onder de titel Zur Architektur des Wohnens. In dit indrukwekkende boek wordt nagedacht over hoe inhoud in de architectuur tot stand komt. Het boek behandelt typen. Niet als geclassificeerde reeks waaruit architecten kunnen kiezen of van afwijken, evenmin als onderwerp van vormvergelijkingen die ten koste gaan van inzicht in de inhoud. Op de kaft staat een kleine tekening van een zogenoemde serliana. Dit motief is door Meuwissen in dunne lijnen weergegeven. Het is meer een idee dan een bouwelement.n

Tekst: Tamira Tummers

Joost Meuwissen heeft tot vlak voor zijn dood in 2016 gewerkt aan deze herziene uitgave. Ze verscheen onlangs ter gelegenheid van de in het Haus der Architektur in Graz gehouden tentoonstelling over zijn werk. De intensiteit van zijn ‘Aufforderung zum Denken’ bleek alleen al uit de enorme lijst studenten die door hem in de loop der jaren zijn uitgedaagd.

Het is een prachtig boek geworden dat voortdurend uitnodigt tot denken. Ik heb het nu drie weken in huis en dat is te kort gebleken om het grondig te hebben gelezen. Het is niet te kort om opnieuw te worden aangestoken door de intense, construerende denkwijze die ik leerde kennen toen Meuwissen begin jaren tachtig docent aan de faculteit Bouwkunde van de TUe werd.

Zur Architektur des Wohnens

Het is een Duitstalig boek en dat past wonderwel. De noodzakelijke nuancen en sporen van zijn arbeid aan het denken komen in deze teksten royaal en levendig tot uitdrukking. Ze worden ondersteund door tal van illustraties, waaronder lijntekeningen met ingeschreven teksten van zijn eigen hand. Ze vormen de getekende lijnen van zijn betoog. Meuwissen koesterde de opvatting dat je in de architectuur alle verbale begrippen en beschrijvingen moet kunnen weergeven in de vlakken van het architectonische model, de plattegronden, de doorsneden en de aanzichten, als betrof het een formule of een definitie.

De titel Zur Architektur des Wohnens is pas aan deze uitgave toegevoegd. In 1995 was ze als nummer 65 in de reeks Karlsruher Vorlesungen voor de leerstoel Gebäudelehre verschenen. De inhoudsopgave bevat dan ook geen titels maar slechts de elf data van de lezingen en deze scanderen de ontwikkeling van één verhaal gedurende het academisch jaar 1993.

Ondanks deze opbouw begon ik met de lezing van 13 januari 1993, met als thema ‘Schinkel und Mies’. De start van deze lezing is typerend voor de manier waarop Meuwissen werkt. Direct aan het begin stelt hij dat je in Karlsruhe een Schinkel-kenner moet zijn en dat hij dat niet is. Evenmin is hij een Mies-kenner, want dat is zijn publiek, maar bovenal is hij geen ‘Und’-kenner. Daarmee komt hij tot de kernvraag van zijn lezing: de vraag naar het Und.

Zur Architektur des Wohnens

Zur Architektur des Wohnens

In de gelijknamige lezing die Philip Johnson in 1961 in Berlijn houdt, is hij op zoek naar dat wat herkenbaar is door de tijden heen, naar altijd geldende principes die hij vervolgens in zijn eigen werk herkent en aanwijst. Binnen deze vergelijking zoekt hij naar dat wat hetzelfde is en altijd zal zijn. Te snel reduceert hij de rijkdom van een project tot een vorm. Terwijl, zo formuleert Meuwissen, de typologie niet de leer van de formele verschijningsvorm is maar de leer van het begrip, de inhoud van de formele verschijningsvorm.

In de architectuur wordt tegenwoordig alles al snel teruggebracht tot verschijningsvorm, vertoon en design. In zijn analysen probeert Meuwissen te construeren hoe inhoud in de architectuur tot stand komt, hoe dat werkt, hoe dat in het verleden is geprobeerd, welk resultaat dat opleverde en hoe dat verder kan worden gevoerd en hoe je dat vandaag kunt doen. De actualiteit wordt weliswaar door de reële verschijningsvorm bemiddeld, maar moet alsnog door een analyse worden benoemd.

In zijn proefschrift Architectuur als oude wetenschap uit 1988 stelde Meuwissen de vraag hoe een architectonische cultuur formuleert en formaliseert. Het is de vraag naar de maatschappelijke inbedding van de architectonische cultuur. Dit boek is daar een uitgebreid vervolg op. Het bouwwerk, het ding, wordt niet beschouwd als het object van één moment, maar staat altijd in een ruimer tijdsbestek dat wordt gevormd door de oude wetenschap. De geschiedenis levert een reeks architectonische voorbeelden op die niet per se na of naast elkaar gebeuren. Joost Meuwissen is een architectuurtheoreticus die in iedere analyse en beschouwing opnieuw denkt en opnieuw formuleert. Er is geen lineaire geschiedenis die dit denken begeleidt.

Zur Architektur des Wohnens

Daarbij wordt een consequent architectuurbegrip ontwikkeld. Iedere lezing verwijst zowel naar voren als ook terug. Bij gebrek aan een betere term noem ik dit driedimensionaal denken. Misschien kun je ook zeggen dat Joost Meuwissen een denken heeft ontwikkeld waarmee hij zich door de wormgaten van de architectonische cultuur beweegt. Hij is daarbij wars van een Und dat in de tijd een gefixeerd na-elkaar is, maar ook van een Und dat in de ruimte een gefixeerd naast-elkaar is. Eerder dan een begrip van tijd en ruimte, ontwikkelt hij een genuanceerd begrip van distantie en laat hij zien hoe de architectuur distantie bemiddelt.

Het complete werk, de volledige constructie van deze nalatenschap, vergt de nodige studie en verdient vele besprekingen. Tegelijkertijd is iedere alinea in staat je denken op te frissen. Het zou goed zijn als de tentoonstelling uit Graz naar Nederland zou komen, wij hebben hier nog een flinke inhaalslag te maken.

Joost Meuwissen, Zur Architektur des Wohnens, Graz 2018, isbn 9783038600954

Reageer op dit artikel