artikel

Optoppen – voortbouwen óp de bestaande stad

Architectuur Premium

Optoppen klinkt ideaal, de stad verdichten zonder bestaande gebouwen te slopen en kostbare open ruimte weg te nemen. Op grote en kleine schaal wordt er in verschillende steden al volop mee geëxperimenteerd, met wisselend resultaat. Voor optoppingen is geen standaard recept. Het is juist de bestaande stad waarop wordt voortgebouwd die leidend is en tot verschillende resultaten leidt.

Door Willem Wopereis

Vorig jaar presenteerden zeven architectenteams de studie Licht Verdicht, waarin de mogelijkheden voor optoppen op specifieke locaties worden onderzocht. Vertrekpunt van de studie was de Karel Doorman in Rotterdam, een optopping die in 2012 naar ontwerp van Ibelings van Tilburg architecten werd gerealiseerd. Deze zeventienlaagse uitbreiding bovenop de constructie van een bestaand warenhuis is zeer succesvol, maar krijgt weinig navolging. Dit terwijl Rotterdam zich vanwege de vele platte daken en zware constructies perfect voor optoppen leent.

In de inleiding van de publicatie bij deze studie worden de voordelen opgesomd: “Met dit grootschalige optoppen van bestaande panden wordt het stedelijk laadvermogen groter, terwijl de architectonische identiteit overeind blijft. De oude gebouwen blijven immers staan terwijl bovenop nieuwe volumes worden toegevoegd.” Dat die architectonische identiteit overeind blijft wanneer er aan vijf verdiepingen zeventien worden toegevoegd, lijkt mij echter sterk.

Karel Doorman door Ibelings van Tilburg, beeld Ossip van Duivenbode. Bekijk hier dit project

Identiteit

Verderop in dezelfde inleiding valt te lezen: “De architect moet in dimensionering, materialisering en architectonisch concept aansluiten op het bestaande gebouw of daar in elk geval op reageren.” En juist daarin ligt de architectonische uitdaging van de opgave bij optoppen. Wat wordt de nieuwe identiteit waar zowel de bestaande als nieuwe gebouwen deel van uitmaken en hoe werken deze samen?

Je hoeft geen architect te zijn om te bedenken dat een stad als Rotterdam in dat opzicht andere kansen biedt dan Amsterdam. De constructies en funderingen uit de wederopbouw zijn soms zo zwaar dat met lichte constructies veel volume kan worden toegevoegd, zoals het geval is bij de Karel Doorman. Maar ook qua beeld kan Rotterdam door de bestaande diversiteit meer verdragen dan de hoofdstad.

Studie Licht Verdicht, beeld Verheven Leven. Bekijk hier meer voorstellen

Houding

In steden als Wenen en Berlijn zijn al veel optoppingen gerealiseerd en het is evident dat het straatbeeld daarmee verandert. De manier waarop architecten op bestaande bebouwing reageren leidt daardoor soms tot veel discussie en weerstand. Sommige ontwerpen lijken zich weinig aan te trekken van de context, terwijl andere zich er volledig mee vervlechten. Die houding hangt van een aantal factoren af.

Allereerst is het beoogde volume ten opzichte van het bestaande gebouw sterk bepalend voor de mate waarin aansluiting mogelijk is. Hoe kleiner de optopping, hoe gemakkelijker het is om aan te sluiten. Bij grote volumes ontstaat vrijwel nooit eenheid en grijpen veel architecten de mogelijkheid aan de toevoeging een eigen karakter te geven. Vaak zijn nieuwe ontsluitingen en constructies nodig die door het bestaande gebouw leiden. De bestaande draagstructuur is dan niet bepalend.

Black House door Simon Conder Associates, beeld Paul Smoothy. Bekijk hier dit project

Kleinere volumes

Bij kleinere volumes die op bestaande constructies worden geplaatst, is het bestaande gebouw vaak bepalender. Als ook de bestaande ontsluiting wordt gebruikt, ontstaat vanzelf een vervlechting tussen bestaande en toegevoegde delen. De verschijningsvorm laat nog steeds verschillende mogelijkheden open. Door met bijvoorbeeld materiaal, maatvoering of volumetrie voort te borduren op de bestaande structuur kunnen oud en nieuw samen een eenduidige nieuwe identiteit creëren.

Wanneer bij kleinere optoppingen de bestaande structuur niet het uitgangspunt vormt voor de uitstraling, ontstaan vaak sterke contrasten. Zoals bij de bekende blauwe huisjes die MVRDV bovenop een Rotterdams dak plaatste, verwordt de stad daarmee tot een collage van verschillende stijlen. Het verschil met het optoppen in grote volumes is dat de bestaande stad de basis blijft en de optopping secundair.

Rauti Huus door Spillmann Echsle Architekten, beeld Roger Frei. Bekijk hier dit project

Hoger niveau

Tot nu toe worden mogelijkheden voor optoppen vaak op pandniveau onderzocht. Vanuit de versnipperde, stedelijke eigendomssituatie is dit gemakkelijk verklaarbaar. Toch zullen, als iedere architect en ontwikkelaar hun eigen kunstje doen, de kansen niet optimaal worden benut. Sturing op stedebouwkundig niveau kan wellicht een rijker resultaat opleveren. De bestaande kwaliteit van de stad en de versterking hiervan zouden daarbij het uitgangspunt moeten zijn, zowel op ruimtelijk als programmatisch niveau.

Waar toppen we op en waar niet? Worden optoppingen individueel ontsloten of kan dit op een hoger niveau? Biedt het bestaande daklandschap ook ruimte voor nieuwe publieke of collectieve ruimten? Als op grotere schaal naar de opgave wordt gekeken, gaat het vraagstuk niet enkel over de identiteit van individuele gebouwen. Verticale verdichting leidt dan tot de ontwikkeling van de stad als geheel waarin óp bestaande kwaliteiten wordt voortgebouwd.

 


Meer over optoppen

 

Reageer op dit artikel