artikel

Thomas Rau: “Om circulair te worden, moeten we oefenen in doen wat nodig is”

Architectuur

Door Harm Tilman – De lineaire economie heeft zijn langste tijd gehad, ten minste als het aan Thomas Rau ligt. Rau, ontwerper van gebouwen die zich onderscheiden door hun kleinst mogelijke ecologische voetafdruk, maakt zich vooral de laatste jaren hard voor een circulaire economie. De ambitie een netwerk op te richten met bedrijven die vanuit een gesloten systeem producten voor architectonische projecten aanleveren, is met Madaster een stap dichterbij gekomen. Maar wat is Madaster? En wat betekent het voor het ontwerp en de bouw?

Thomas Rau is oprichter van RAU Architecten en vestigde met dit bureau zijn reputatie als architect die in zijn praktijk bereid was ideeën van duurzame ontwikkeling serieus te testen. Met het bedrijf Turntoo dat hij in 2010 hij samen met Sabine Oberhuber startte, werkt Rau aan de systemen en concepten waarmee het ontwerpproces pas echt circulair kan worden.

Onlangs spraken we met Rau over het concept van circulariteit en het organiseren van kringlopen voor grondstoffen, materialen en producten. We vroegen hem of dit in Nederland voldoende gebeurt of dat meer nodig is.

Heel Nederland is ineens helemaal circulair geworden. Begrip komt echter van begrijpen en het lijkt me verstandig als we eerst een poging doen te begrijpen wat circulariteit precies inhoudt. Iedereen laat daar nu zijn eigen definitie op los waardoor de verwarring maximaal is en iedereen claimt het zonder het echt te doen.

Wat nu gebeurt is dat we aan het einde van de totale bouwketen wat rommelen en dat we deze fase proberen te repareren. De fundamentele consequentie van circulariteit probeert vrijwel niemand te nemen. Ook worden delen van gebouwen anders aangepakt, met een beroep op circulariteit. Door inflatie van het begrip circulair verliezen we veel tijd.

Wat moet volgens jou dan wel gebeuren?

Circulariteit staat voor het honderd procent elimineren van afval. We kunnen het bouwproces zo organiseren dat afval nooit meer voorkomt. Wat iedereen echter doet is minder afval produceren, in de trant van: ‘ik sla mijn kinderen niet vijf maar drie keer per dag’. Dat is nog steeds drie keer te veel.

Eigenlijk zeg je dat voor een werkzame circulaire economie de gehele bouwketen dient te worden aangepast.

Circulariteit vraagt om een andere inzet van kapitaal dan duurzaamheid. Voor duurzaamheid is vooral financieel kapitaal onontbeerlijk. Het kapitaal dat nodig is voor circulariteit is communicatie. We moeten andere contracten maken en andere afspraken. Daar heb je geen geld voor nodig maar een mentale mindset om de dingen zo te organiseren dat nooit meer waardevermindering kan ontstaan.

Is daar een open source methode voor nodig?

Ik zou de vraag anders willen stellen. Wat weerhoudt ons om die afspraken met elkaar te maken? We zitten in een systeem waarin macht en verantwoordelijkheid steeds meer van elkaar zijn gescheiden. Airbnb is een voorbeeld van een onderneming die aan de touwtjes trekt maar geen enkele verantwoordelijkheid neemt. Hoeveel slopen en lakens hebben zij vanochtend schoon gemaakt?

In deze situatie kun je de grootste worden met niets en daar zit dus het probleem. Binnen circulariteit moet iedereen zijn of haar verantwoordelijkheid nemen voor de permanente consequenties van zijn of haar handelen. Dat is doodeng want we leven in een systeem waarin iedereen alles over het muurtje gooit. Er is een andere denk- en houdingcultuur voor circulariteit nodig.

Hoort daar een andere vorm van communicatie bij?

Natuurlijk, jij zegt open source, ik zou zeggen volledige transparantie. Iedereen dient al zijn of haar kaarten op tafel te leggen. De financiële sector slaagt erin om al honderd jaar niet doorzichtig te zijn. Bij een circulaire economie hoort echter volledige transparantie over wat je doet, waarom je dat zo doet en wat de impact is.

Tot de kenmerken van een circulaire economie behoren naast transparantie ook overvloed en toegankelijkheid. Vind jij dat ook?

Het tegenovergestelde van overvloed is schaarste. Maar schaarste bestaat niet, de aarde is een gesloten systeem. Alles komt voor in een limited edition. Overvloed biedt volgens mij een verkeerde invalshoek.

Met het principe van toegankelijkheid ben ik het wel eens. We moeten er namelijk voor zorgen dat alle gelimiteerde zaken ten allen tijde ongelimiteerd toegankelijk zijn. Daar gaat circulariteit ook over: hoe kunnen we het eindige oneindig faciliteren?

Daarom heb ik het voorbeeld gegeven van de bibliotheek. We moeten de circulaire economie organiseren als een grote bibliotheek. We weten wat we in de bibliotheek kunnen vinden, wat is uitgeleend en wanneer het weer terugkomt.

Je hebt onlangs naast het materialenpaspoort Madaster geïntroduceerd. Kun je uitleggen wat dat inhoudt?

De oppervlakte van de aarde is begrensd en bedraagt 510 miljoen vierkante kilometer. Om deze reden en om conflicten te voorkomen en te regelen, is het kadaster opgezet. Het kadaster inventariseert en faciliteert de begrensdheid van de oppervlakte van de aarde. Materialen zijn ook gelimiteerd. Als we die willen faciliteren heb je een kadaster nodig van materialen. Dat noemen we het Madaster.

Afval is in principe een grondstof of materiaal dat in de anonimiteit is beland. Een recyclingbedrijf doet niets anders dan aan afval weer een identiteit toekennen. Als we er nu voor kunnen zorgen dat een materiaal nooit zijn identiteit verliest, dan kan een materiaal ook nooit afval worden. In onze samenleving noemen we een gedocumenteerde identiteit een paspoort. De conclusie is duidelijk: we hebben materialenpaspoorten nodig en een Madaster waarmee we afval voor honderd procent kunnen elimineren.

Biedt Madaster inzicht in waar materialen zich bevinden?

Je kunt straks je BIM model opladen en daarna krijg je inderdaad een overzicht van alle materialen die in het gebouw zijn verwerkt. We zijn nu bezig daar de circulaire en monetaire waarde van te bepalen. We geven geen enkele morele waardering. We willen op dit platform alleen de madastrale gegevens inventariseren en faciliteren, zodat we ten allen tijde op de hoogte zijn van waar onze limited editions zich bevinden.

Dit is de absolute basis, daarna kun je uitzoeken bij wie ze zijn, wanneer ze vrijkomen, hoe de stromen verlopen en op welke manier je aan bepaalde materialen kunt komen. Op dat moment ga je op een hoger aggregatieniveau met de verzamelde data aan de slag. Daar blijven we nu nog even van weg, we zijn nu aan het inventariseren.

We willen een platform met een publiek karakter bouwen. Alle data blijft in eigendom van de persoon die ze heeft ingebracht. Dit publieke karakter verklaart voor een deel het geheim van het succes. Dat zie je in de prijzen terug. Als je straks je eengezinshuis in Madaster wilt opslaan, ben je daar ongeveer 25 tot 30 euro voor kwijt. Éën auto kost 1 miljard euro, maar 1 miljoen auto’s kosten 50.000 per stuk. Door op te schalen kunnen ook we de prijzen laag houden.

Bij wie wordt het Madaster ondergebracht?

Het mooiste zou zijn een gebouw waarin links het kadaster en rechts het Madaster zit. We hebben een vacature uitgezet voor mensen die de governance van Madaster op zich willen nemen. Dat moeten mensen met publieke impact zijn, geen vertegenwoordigers van een enkele onderneming.

Hoe zorg je ervoor dat dit een publiek systeem wordt? Anders gezegd, hoe gaat het publiek zelf zich onderdeel voelen van dit publieke systeem?

Dat hangt af van wat met de data gebeurt. Het Madaster is de burgerlijke stand van materialen. Op dit moment heb je drie grote aanbieders van dataplatforms: Google, Amazon en Microsoft. Google  is zelf een actieve speler in het benutten van big data, terwijl Amazon sterk is in kwantiteit. Microsoft is degene die met name investeert in de ontwikkeling van tools en technieken die nodig zijn voor het  verzamelen en bewerken van de data. Daarom hebben we voor hun technologie gekozen.

Als je aan Madaster mee doet, krijg je de beschikking over een datakluis. Daar zitten de data van je materialen in. Het is aan de gebruiker te bepalen wie deze data mag inzien. De Madaster Foundation zelf heeft geen enkele grip op de data die op het platform worden verzameld. Zo weet een bank ook niet wat haar klanten in haar kluizen opslaan. Niemand kan dus de kennis van jouw data kapitaliseren.

Op 14 september brengt de redactie een projectbezoek aan Alliander Duiven. Meld je direct aan. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. 

Hoe ga je de integriteit van Madaster waarborgen?

We zoeken publieke figuren die de governance structuur op zich gaan nemen. Ook gaan we het kadaster vragen of zij dat willen doen. We hebben een publiek platform gebouwd omdat we alleen zo snelheid kunnen maken voor de inventarisatie van materialen. De meeste andere platforms zijn gebouwd op eenzijdige business modellen. Ze willen via de publieke agenda geld verdienen. Dat moeten we zien te voorkomen.

Ander nadeel van die platforms lijkt me dat ze alleen zaken doen met bekenden uit hun netwerk. De rest zijn ‘buitenstaanders’ die nauwelijks kunnen meedoen.

Dat is precies wat wij willen voorkomen. We werken nu met een breed scala aan bedrijven, van de Dutch Green Building Council tot ABN AMRO en Rabobank, maar ook ingenieursbureaus, ontwikkelaars, bedrijven uit de gezondheidszorg, alsmede bouwbedrijven. Vier maanden geleden moesten we iedereen nog overtuigen van het belang van Madaster. De gesprekken op dit moment gaan over de vraag wat iedereen met zijn eigen data kan doen.

In welke richting beweegt zich deze discussie?

We willen weten hoe je de materiaalwaarde van een object kunt berekenen. Als je iets hebt gedocumenteerd kun je het ook waarderen. Kunnen we met bijvoorbeeld de belastingdienst afspreken dat we dat niet meer naar nul hoeven af te schrijven? Deze discussie kan Madaster met de belastingdienst voeren omdat ze een grote groep bedrijven en instellingen vertegenwoordigt en dus power heeft.

Een ander voorbeeld, voor de banken vormt een hypotheek een groot risico. Een materialenpaspoort waarin de materialen staan beschreven van een bepaald object, is echter een risico verlagend element. Wellicht is het mogelijk op dit vlak collectieve afspraken te maken.

Dit zijn redelijk overzichtelijke discussies, maar ben je niet bang dat het een complexiteit krijgt die iedereen te boven gaat?

Die vraag is simpel te beantwoorden. Het platform bestaat en het leidt een overzichtelijk bestaan. We bepalen zelf de spelregels. Maar het is ook zo dat we de neiging hebben op een supercomplexe vraag een eendimensionaal antwoord te geven. Dat doen we in veel sectoren, ook in de gebouwde omgeving.

We moeten leren dat een complexe vraag een complex antwoord nodig heeft. Het leven is nu eenmaal op een complexe manier georganiseerd. We moeten gewoon beginnen om uiteindelijk een multidimensionaal antwoord te vinden. Dat vergt oefening en we zullen zeker fouten maken.

Als je me je vraag vijf jaar geleden had gesteld, had ik geantwoord dat we een groot probleem hebben. Door de digitale ontwikkeling is echter veel meer mogelijk.

Dit vergt oefening, zei je. Waarin eigenlijk?

Dan kom ik terug bij duurzaamheid. Het valt me op dat dit langzaam een enorm probleem aan het worden is. Duurzaamheid heeft onze mindset totaal verkwanseld. We zijn gedwongen fouten te maken, objecten langs de lat van certificaten te leggen en alles te optimaliseren. We zijn zo niet meer in staat om ‘out of the box’ te denken en vanuit een ander perspectief te kijken.

Dit is wat de mens kan en waarvoor je vrijheid nodig hebt. We moeten oefenen in doen wat nodig is, niet wat mogelijk is. Als je het laatste doet ben je niet vrij, pas als je doet wat nodig is, ben je een vrij mens. Of het nu gebouwen, boeken of productieprocessen zijn, het zijn alle oefenvelden waarop de mens zijn eigen mens-zijn kan ontdekken. Volgens mij onderschatten we de potentie van de brand ‘mens’ volledig.

Lees ook: Blog door Harm Tilman: Voor Thomas Rau tellen materialen

Wat is deze potentie?

Volgens mij is die oneindig. Oud word je namelijk vanzelf, daar hoef je niets voor te doen. Echter om mentaal te rijpen en tot wasdom te komen, zul je hard moeten werken. Het fysieke is eindig, in tegenstelling tot het mentale.

Volgens de activiste Naomi Klein moeten we afstappen van systemen die zijn gebaseerd op het nemen van de rijkdom van de aarde, en werken aan een cultuur van zorgdragen.

Ik noem dat het rentmeesterschap. Als we gast op aarde zijn, is niets van ons. We moeten ons in dit rentmeesterschap gaan oefenen. We moeten een soort mentale boeren worden. We moeten zorgdragen voor de akker aarde. Dat kunnen we overigens alleen als we weten hoe leven op die akker functioneert. Het is van het grootste belang de huisregels te kennen.

We leven in een tijd waarin we denken die regels zelf te kunnen schrijven en vastleggen. Het is echter een volstrekte illusie te denken dat wij de relatie met de aarde kunnen aansturen. De aarde doet wat ze doet. Wij moeten erachter komen hoe alles om ons heen tikt dat ons zijn mogelijk maakt.

We zijn beland in een nieuw tijdperk, het antropoceen. Moeten we daarmee breken?

Een van de problemen daarvan is dat wij een antropocentrisch wereldbeeld hebben en denken dat de mens centraal staat. Dat hebben we met name te denken aan de katholieke kerk die pas in 1992 durfde toe te geven dat Galilei gelijk had en dat de aarde om de zon draait. 400 jaar lang hebben we een eigen agenda gehanteerd naast de realiteit. Dat komt voort uit het geloof dat de mens het hoogste punt van de schepping is en dat alles dienstbaar moet zijn aan de mens.

Het is echter precies andersom. De mens heeft zijn bestaan juist te danken aan alles wat is. We moeten daarom afstand nemen van het antropocentrische wereldbeeld. Als mensen rechten hebben, dan hebben materialen dat ook. Want als we ons zijn te danken hebben aan alles wat er is en wij rechten hebben, dan moet alles om ons heen ook beschikken over rechten.

 

Reageer op dit artikel