artikel

Openbare Leeszaal Kanaleneiland Jan van Grunsven

Architectuur Premium

In stad en land stuiten we voortdurend op gebouwen die een geweldige indruk maken maar waarvan we de architect vergeten lijken te zijn. Ditmaal het opvallend ronde gebouw, met veel glas, van de Openbare Leeszaal Kanaleneiland in Utrecht door Jan van Grunsven (1926-2002).

Tekst Arjan den Boer

Architect

Tussen de rechthoekige flats van de Utrechtse wijk Kanaleneiland staat een opvallend rond gebouw met veel glas. De architect beoogde zo veel mogelijk contrast met de omliggende bebouwing aan te brengen. Ook de helaas verdwenen, kleurige gevelbeschildering droeg daaraan bij.

Jan van Grunsven (1926-2002) was begin jaren vijftig werkzaam op het architectenbureau van Gerrit Rietveld. Hij ontwierp mee aan de woningbouw voor de Utrechtse wijk Hoograven, de Julianahal van de Jaarbeurs te Utrecht en tal van villa’s door het land. Rond 1958 vestigde Van Grunsven zich als zelfstandig architect. Hij kreeg in Utrecht onder meer opdrachten voor een dansschool, winkelpanden en woningen. Ook ontwierp hij meubels voor Pastoe. In 1966 zag zijn Openbare Leeszaal Kanaleneiland het licht. Het ronde ontwerp met de indeling in ‘taartpunten’ was wellicht geïnspireerd door een ongedateerd en nooit uitgevoerd ontwerp van Rietveld voor een rond woonhuis.

Gebouw

In de volksmond heette de wijkbibliotheek al snel de bonbonnière, terwijl de architect zelf liever sprak over een boekenmolen. De twee verdiepingen hadden straalsgewijs geplaatste tussenmuren die echter niet helemaal doorliepen, maar in het midden ruimte openlieten voor de hal met uitleenbalie — beneden voor volwassenen, boven voor kinderen. De halfopen segmenten die zo ontstonden, dienden onder andere als kleuterhoek, als tijdschriftenafdeling en conform de tijdgeest als teenagerhoek met zitjes.

De kleurrijke muurschildering aan de buitenzijde was van grafisch ontwerper en kunstenaar Jan Bons, later bekend van theateraffiches en het IDFA- en VPRO-logo. Van Grunsven kende hem via Rietveld. Hun samenwerking was vruchtbaar; architectuur en kunst vormden een haast onlosmakelijk geheel. De schildering bestond uit kleurvlakken en (losse) letters. De diagonale lijn van het trappenhuis liep door in het gevelkunstwerk en een donkerblauw vak benadrukte de verdiept liggende entree.

Bestemming

In 1988 – opmerkelijk vroeg – werd het pand voorgedragen als gemeentelijk monument, maar de muurschildering was toen al verdwenen. Nadat de bibliotheek in 1992 verhuisde, vestigde zich er een Turkse moskee. Onlangs is de mogelijkheid onderzocht om de muurschildering te reconstrueren; het moskeebestuur wil hier (nog) niet aan meewerken.

Reageer op dit artikel