De beste boeken van 2017

De beste boeken van 2017

artikel

De beste boeken van 2017

Architectuur

Het was een jaar waarin architectuur een nieuwe start maakte. Uit de stapel boeken van het afgelopen jaar, van circulaire economie tot het Japanse woonhuis, van Robbrecht Daem tot Reinier de Graaf, maakte Harm Tilman een keuze.

Materiële zaken

In Material Matters onderzoeken Thomas Rau en Sabine Oberhuber de overgang naar een levensvatbare economie. Het boek laat zien dat we zodra we overgaan van een lineaire naar een circulaire economie, we anders naar producten en materialen kijken en een andere levenshouding aannemen aangaande bezit en de omgang met de aarde. Stapsgewijs en met de nodige historische en filosofische verwijzingen wordt de lezer geleid naar een aan Cradle to Cradle verwante levensvisie. Anders dan in de filosofie van Michael Braungart, is afval voor Rau en Oberhuber geen voedsel, maar iets uit het verleden. De verantwoordelijkheid voor producten en grondstoffen zal dan wel anders geregeld dienen te worden.

 

 

Impact klimaatverandering

Het tegenovergestelde van een mens is de fascinerende debuutroman van dichteres Lieke Marsman. In dit boek besteedt ze aandacht aan klimaatverandering. Hoofdfiguur van dit boek is Ida die het als klimaatwetenschapper opneemt voor het klimaat en moeite heeft met het handelen van de mens. “Wij kunnen niet zonder de wereld. Maar zonder ons heeft de wereld geen enkel probleem.”

 

Het tegenovergestelde van een mens door Lieke Marsman

Het tegenovergestelde van een mens door Lieke Marsman

 

Het Japanse woonhuis

Japanse architecten gebruikten vanaf 1945 de opgave van het particuliere woonhuis voor een radicale kritiek op de samenleving en voor innovatieve oplossingen voor veranderende leefstijlen. Veel ambitie voor een kleinschalige bouwopgave. Hoe dit in zijn werk ging, beschrijft het boek The Japanese House: Architecture and Life after 1945. De thema’s reiken van traditionele, lokale en materiaalinvloeden tot de mate van het toelaten of juist buitensluiten van ‘de ander’, of het nu gaat om de medebewoners of de stedelijke omgeving. Andrea Prins besprak het voor de Architect. “In het boek worden nauwelijks tekeningen van de voorbeeldhuizen getoond. Je moet het doen met foto’s en door de samenstellers geschreven teksten. (-) Ondanks dit gemis bevat de publicatie veel dat tot inspiratie kan dienen. Wat opvalt, is de ongelofelijke experimenteerdrift en durf van architecten en hun particuliere opdrachtgevers.”

 

 

Monografie Robbrecht Daem

Het boek Robbrecht en Daem. An Architectural Anthology dat eind november bij Mercatorfonds verscheen onder redactie van Maarten van den Driessen, is liefst 672 pagina’s dik en biedt een breed overzicht van het werk van dit architectenbureau, vanaf 1975 tot de huidige tag. De ontwerpbenadering wordt volgens de redacteur van dienst gekarakteriseerd door “een buitengewone generositeit, een gevoel van bijzondere ontmoetingen en het vermogen om in zeer complexe situaties te werken.” Het boek laat 63 projecten zien, van Museum Boijmans in Rotterdam en de Concertzaal in Brugge tot de Markthal in Gent en het Rubensplein in Knokke, aangevuld met toelichtingen, tekeningen en beelden, verhalen en overzichten.

 

Robbrecht en Daem. An Architectural Anthology door Maarten van den Driessen

Robbrecht en Daem. An Architectural Anthology door Maarten van den Driessen

 

Architectonische rustpunten

Architecten laten projecten na die in de regel de tand des tijds kunnen doorstaan. Maar hoe zit dat met hun laatste rustplaatsen? Voor een antwoord op deze vraag bezocht de Amerikaan Henry H. Kuehn meer dan 200 graven van beroemde architecten en besprak hij deze in het boek Architects’ Gravesites (The MIT Press, Cambridge (Massachusetts)). Het boek is een fascinerende zoektocht naar de laatste rustplaats van architecten die een blijvende invloed hebben gehad op de Amerikaanse architectuur. Deze graven blijken op een paar uitzonderingen na (Michael Graves) niet meer architectonisch te zijn dan die van de meeste stervelingen.

 

 

Nut en onnut van maniërisme

Onlangs publiceerde architect Frans Sturkenboom (Zevenaar 1960) het boek De gestiek van de architectuur. Een leerboek hedendaags maniërisme. In dit boek baant Sturkenboom zich met groot gemak een pad door de recente architectuurgeschiedenis om uit te komen op een pleidooi voor een bewegelijke architectuur en een hedendaags maniërisme. Hij snijdt bij deze tocht vele thema’s aan en weet die met een virtuoze kennis te belichten. Herman van Bergeijk besprak het boek voor de Architect. “Ik ben ervan overtuigd dat dit boek ingewijden zal aanspreken en anderen een worst zal wezen. Meer dan een leerboek is het een lesboek, dat in de confrontatie met het onderwijs voor jongeren zijn nut maar ook zijn onnut zal bewijzen.”

 

 

Kollhoff als referentie

Afgelopen jaar verscheen Post Piraeus. Over de bouwplaats en de stad, een speciale uitgave van de Architect over het werk van de Duitse architect Hans Kollhoff. In dit boek reflecteren 10 architecten op de invloed van Kollhoff op hun eigen werk. Centraal in deze receptie is het Piraeus gebouw dat Kolllhoff samen met Rapp in 1994 opleverde in Amsterdam. Die lessen die de architecten trekken uit dit werk, zijn even gelaagd als dit gebouwen zelf, en raken verschillende schalen. Post Piraeus is geen dogma of manifest, maar onderdeel van een discussie die al langer wordt gevoerd en zich naar wens van de deelnemende architecten verder moet ontplooien. De relatie tussen de architectuur en de bouwpraktijk staat hierin centraal.

 

 

Kloof ambitie en werkelijkheid

Een boek waar we naar uitkeken dit jaar was Four Walls and a Roof (Harvard University Press) van OMA-partner Reinier de Graaf. Het bevat verhalen die je in officiële architectuur geschiedenissen zelden tegenkomt, maar wel een verklaring vormen voor de manier waarop de gebouwde omgeving tot stand komt. De Graaf behandelt de meest uiteenlopende onderwerpen, van de industriële woningbouw in de DDR tot de woonwijk Pruitt Igoe, het officiële begin van het postmodernisme. Ook gaat hij in op de vraag waarom architecten opdrachten aanvaarden in niet westers landen. Zijn boek is onthullend, gepassioneerd en niet altijd bemoedigend. Dat laatste ook omdat hij een scherp oog heeft voor de soms gapende kloof tussen architectonische ambities en nuchtere werkelijkheid.

 

Four Walls and a Roof door Reinier de Graaf

Four Walls and a Roof door Reinier de Graaf

 

Creatieve klassen en sociale ongelijkheid

Richard Florida schreef in 2002 een klassiek boek over de opkomst van de creatieve klasse, dat een bijbel werd voor de terug-naar-de-stad beweging en de stedelijke revitalisering die hierop was geënt. Nu 15 jaar later blikt hij in  zijn dit jaar verschenen boek The New Urban Crisis verwonderd terug: steden en creatieve klassen leiden niet tot de inclusieve stad waarop hij destijds had gehoopt. Steden zijn patchwork geworden waarin concentraties van betrekkelijk grote welvaart worden afgewisseld met veel grotere gebieden waar het armoe troef is. Valt iets te doen aan de groeiende ongelijkheid in en buiten de steden?

 

 

Foute en goede architecten

Veel Nederlandse architecten waren tijdens de oorlog actief betrokken bij het nationaalsocialisme. Het proefschrift Nederlandse Bouwkunst en de Nieuwe Orde (Uitgeverij Vantilt), geschreven door David Keuning, laat zien hoe moeilijk het is grenzen te trekken tussen goed en fout. Morele maatstaven verschuiven, maar de keuzes en hiermee verbonden dilemma’s zijn nu niet wezenlijk anders dan toen.

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels