artikel

Natuurbehoud of projectontwikkeling?

Architectuur

“De Galapagos eilanden behoren tot het Unesco werelderfgoed. Om de inheemse soorten te beschermen tegen dieren en organismen van het vasteland, zal het personeel nu preventief uw handbagage ontsmetten en van mogelijke organismen ontdoen.”

De stem via de intercom wordt uitgeschakeld. De landing is al ingezet, onder me komt het eerste eiland in zicht. Stewardessen openen de handbagageluiken en spuiten insecticiden in elk compartiment. Hier wordt UNESCO-werelderfgoed beschermd.

Ik kom hier om een internationale summerschool te geven over het thema op welke manier je kunt ontwerpen in kwetsbare en unieke natuurgebieden, waarbij de balans tussen duurzaamheid en innovatie centraal staat. Porto Ayora, het grootste stadje van de archipel, met 25.000 inwoners is ons studiegebied. De-urbanisatie: het ontwerpen van de leegte en ontstedelijking is mijn belangrijkste focus.

Wankel evenwicht

Baltra is een klein vliegveld, over de landingsbaan lopen we naar de aankomsthal. Om de zoveel meter worden we eraan herinnerd dat dit niet zomaar een reis is. Je betreedt een kostbaar gebied: je voeten worden ontsmet en je bagage gecontroleerd op onwelkome indringers.

En dan zijn we los: in een bus rijden we door een lavastenen maanlandschap tot aan een kleine steiger waar een Spartaanse stalen boot ons naar het volgende eiland brengt. Een kaarsrechte weg die op de tekentafel is ontstaan, voert van een vlak en dor landschap naar boven, tegen de vulkaan op, langs een bos met reusachtige bomen en verwaarloosde landbouwgronden met sinaasappelbomen en weer naar beneden. De buitenwijken van Porto Ayora bestaan uit armoedige huizen, half afgebouwd, met de zo typisch Zuid-Amerikaanse claim op een toekomst die wellicht nooit komt: kale kolommen met uitstekend wapeningsstaal torenen minstens één laag boven de volumes uit. Le Corbusier lijkt hier zijn gedachtegoed te hebben nagelaten: Maison Dom-Ino op elk gebouwd kavel, inclusief de kolommen, het overstek en de onmogelijke asymmetrisch gelegen trap die altijd tot slechte plattegronden leidt.

Verderop wordt de bebouwing dichter en de openbare ruimte luxer, met fietspaden en voetgangerszones, tot aan de zee waar een visafslag het toonbeeld is van de wonderlijke symbiose tussen mens en dier: pelikanen en zeeleeuwen hangen geduldig rond de stenen toonbanken, wachtend op het visafval dat hun wordt toegeworpen. De archipel illustreert het wankele evenwicht tussen enerzijds de natuur en de status van het werelderfgoed voor de eilanden en de afhankelijkheid van de mens als het gaat om het handhaven van deze kwetsbare ecosysteem.

Duurzame innovatie

Omdat de archipel een kwetsbaar ecosysteem is, zijn strenge regels geformuleerd ten aanzien van alle ruimtelijke aspecten. Ook mag niet worden gebouwd met lokale materialen als lavasteen en lokaal hout en het afval wordt nauwgezet verzameld en gerecycled. De archipel bestaat voor 97 procent uit beschermde natuurgebieden en slechts drie procent is verstedelijkt of landbouwgebied. Dit leidt tot een genereuze natuur: als je gaat zwemmen, dartelen de zeeleeuwen onbezorgd om je heen. De strikte regelgeving van de Unesco dwingt tot een duurzame innovatie die voor de meeste landen in de regio zeldzaam is.

De randen van de stad zijn in beton gegoten: de wetgeving is snoeihard en levert een stadsplattegrond op als een litho die Piranesi van het Campo Marzio maakte: een perfecte stadscollage ingebed in mangroven en cactussen. Maar de stad verdicht, de mensen blijven aanbouwen, de hotels en kamers worden steeds onaantrekkelijker. Zij die echt geld hebben, hoeven het niet zo nauw te nemen. Zij bouwen resorts waar je voor 1500 dollar per nacht de natuur exclusief voor jezelf hebt. Juist deze vorm van toerisme is gevaarlijk: een toerisme dat alleen haalt en niets brengt.

De opgave betreft dan ook het ontwerp van de leegte, het formuleren van criteria om de leegte vorm te geven en in haar glorie te behouden, te verrijken en een permanentie te geven die de druk van de verstedelijking kan weerstaan.

Hollandse polderpragmatiek

In Nederland is de laatste tijd veel te doen over de bescherming van de kust en de (on)mogelijkheid om in de kustzone te bouwen. Zo gaven lokale politici rond de Grevelingen een sterk staaltje Hollandse polderpragmatiek ten beste: hoewel in de Grevelingen en langs de kust niet mag worden gebouwd, stemden ze in met de aanleg van exclusieve vakantie-eilanden op een plek die tot nog toe slechts werd gebruikt door zeemeeuwen en een enkele surfer. Ook het Waddengebied en de Noordzeekust staan sterk onder druk van gasboringen en verstedelijkingsplannen. De natuur en de leegte behoren tot het meest kwetsbare goed dat Nederland kent.

In onze kustregio’s is echter geen Unesco actief die afdwingt dat onze schaarse leegte niet mag worden volgebouwd met opportunistische projecten van handige ontwikkelaars. Ook blijkt de wetgeving boterzacht te zijn en is de ambitie om tot een duurzame inrichting van ons land te komen, waar de leegte als kostbaar goed gekoesterd wordt, geheel achter de horizon verdwenen. Als we op deze wijze doorgaan, groeit ons kustgebied uit tot een verzameling luxueuze favela’s. Laten we hopen dat het komende kabinet zal leren van de Galapagoseilanden. Verstedelijken is geen kunst, maar het omgekeerde proces van ontstedelijking en het versterken van de leegte des te meer.

Reageer op dit artikel