artikel

The Japanese House – Architecture and Life after 1945

Architectuur

The Japanese House – Architecture and Life after 1945

Japanse architecten gebruikten vanaf 1945 de opgave van het particuliere woonhuis voor een radicale kritiek op de samenleving en voor innovatieve oplossingen voor veranderende leefstijlen. Veel ambitie voor een kleinschalige bouwopgave. Hoe dit in zijn werk ging, beschrijft het boek The Japanese House: Architecture and Life after 1945. Het verscheen bij een gelijknamige tentoonstelling eerder dit jaar in het Barbican Centre te Londen.

Tekst: Andrea Prins

Zelf vind ik Japanse woonhuizen fascinerend: vaak staan ze op ongelofelijk krappe kavels, gebruiken ze de weinige ruimte uitermate slim en duiden ze op een geheel ander idee van samenleven. Ze zijn ook beangstigend: de ruimte is zo geperfectioneerd dat je je afvraagt hoe echte mensen erin wonen. Waar laat je je boeken? Je van opa geërfde stoel? De vuile was, je dagelijkse rommel?

Dat er nog veel meer aspecten rondom het Japanse huis spelen, laat deze lijvige publicatie zien. Na een viertal essays over, onder andere, de geschiedenis van het individuele huis in het moderne Japan en de relatie tussen kunst en het Japanse interieur, komen voorbeelden van huizen aan bod. Deze zijn tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en 2015 ontworpen en geordend op basis van dertien architectonische thema’s. De thema’s reiken van traditionele, lokale en materiaalinvloeden tot de mate van het toelaten of juist buitensluiten van ‘de ander’, of het nu gaat om de medebewoners of de stedelijke omgeving.

Geen plattegronden

Van de voorbeelden zijn wat mij betreft vooral de woningtypologieën en de relatie tussen een huis en zijn omgeving van belang. Wat valt daarvan te leren, bijvoorbeeld in samenhang met de actuele discussie over kleine stadswoningen? Mijn poging tot onderzoek van het eerste aspect valt direct in het water. In het boek worden nauwelijks tekeningen van de voorbeeldhuizen getoond. Je moet het doen met foto’s en door de samenstellers geschreven teksten die een interpretatie van en – tegelijkertijd – een rechtvaardiging voor de gekozen architectonische thema’s zijn. Door het ontbreken van plattegronden en doorsneden blijft het gissen naar de precieze ruimtelijke opzet ervan. Zo wordt bijvoorbeeld bij een van de projecten geponeerd, dat je in de doorsnede kunt aflezen hoe de verticale vrijgevigheid de beperkte breedte compenseert. De enige afbeelding is een foto van de straatgevel.

The Japanese House-boekbesprekig door Andrea Prins

Experimenteren en durven

Ondanks dit gemis bevat de publicatie veel dat tot inspiratie kan dienen. Wat opvalt, is de ongelofelijke experimenteerdrift en durf van architecten en hun particuliere opdrachtgevers. Zo zijn er huizen die zich volledig openen met terrassen en glas, maar zijn er tevens huizen die niet eens een straatgevel hebben, alleen een deur in een muur, en daarmee radicaal naar binnen zijn gekeerd. Planten, de natuurlijke bodem – letterlijk ‘aarde’ – en de hemel spelen in veel ontwerpen een belangrijke rol. Er zijn tuinen in en op huizen. Of de tuin is het huis, waarbij de bodem echt uit aarde bestaat. Sommige opdrachtgevers kiezen voor een experimentele mix van functies: in het benedenhuis is het bed, genesteld in de bibliotheek, daarboven bevindt zich de kook-eet-woonruimte. Bij andere ontwerpen is de overgang van architectuur naar inrichting vloeiend: een vloerelement kan een plateau zijn of een tafeltje dat op een lager gelegen vloer staat. De functie wordt door de gebruiker bepaald en niet door de architectuur gedicteerd. Bovendien wordt geëxperimenteerd met materialen, met ruimteconfiguraties van adellijke of boerse huizen en met het mixed-use concept van de machiya.

Sociaal mechanisme

De hierboven aangehaalde ‘radicale’ kritiek op de samenleving kent vele facetten. Door middel van hun woonhuisontwerpen bekritiseerden architecten het reduceren van het huis tot een functioneel en kapitalistisch voorwerp (het huis als versteend gedicht!), de ruimtelijke en sociale segregatie en de traditionele hiërarchische familie en het hedendaagse kerngezin. Je zou trouwens nog een, in het boek niet expliciet genoemde, kritische noot kunnen kraken: die van het inefficiënt omgaan met de ressource ‘ruimte’. Het totale vloeroppervlak van de meeste getoonde huizen, ook die voor hele families, is niet groter dan tachtig vierkante meter.

In de westerse architectuurpraktijk, analyseert samensteller Pippo Ciorra in haar essay, is het ontwerp van het middenklassehuis vaak een opstap voor de beginnende architect naar een praktijk met ‘echte’ uitdagingen: (semi)publieke opdrachten of seriematige woningbouw. In Japan ligt dit anders. Gerenommeerde architecten zien het particuliere huis eveneens als een uitdagende opdracht, als een “sociaal mechanisme ter verbinding van middenklasse en architectuur”, aldus Ciorra. Het is een kans die in de westerse wereld tot nu toe bijna geheel wordt genegeerd.

Tijdstip bepaalt functie

Het appartement waarin ik ooit in Tokio een tijdje logeerde, had een oppervlakte van ongeveer dertig vierkante meter. Het had een halletje, een woonruimte en een badkamer. Een keuken was er niet, wel een klein aanrecht in het halletje met een kraan en een waterkoker. Zelf koken zou onzinnig zijn geweest: restaurants, supermarkten en automaten vind je op elke straathoek, 24/7. De stad is onderdeel van je huis. Je woonruimte verander je van een zit- of werkruimte in een slaapkamer, afhankelijk van het moment van de dag. De inrichting was minimaal, geen stoelen, wel tatami’s. Misschien zijn er ook in Europa mensen die zich kunnen voorstellen anders te wonen dan in een standaard drie-slaapkamers-woonkamer-keuken-huis. Met kamers waarvan de functie gedurende het verloop van de dag verandert. In huizen met minder spullen. Misschien biedt het een uitweg in onze steden waarin het wonen steeds duurder wordt. De eerste aanzetten voor microappartementen zijn al te vinden. Om met Arata Isozaki te spreken: ‘Long Live Small House Designs!’

Pippo Ciorra e.a., The Japanese House: Architecture and Life after 1945, Londen 2017, isbn 9788831725767

 

Reageer op dit artikel