artikel

Golvend metselwerk karakteriseert CPO-studentenhuizen

Architectuur

Tijdens de crisis stapte Bas Pickkers met een nieuw ontwikkelmodel in de studentenwoningmarkt. Op het Veemarktterrein in Utrecht realiseerde hij met een groep investerende ouders twee keer een rij studentenhuizen, een nieuwe vorm van Collectief Particulier Opdrachtgeverscha(CPO ). Bureau Kroner is als architect betrokken bij de tweede ontwikkeling van vijf flexibele groepswoningen voor twaalf studenten. Hun opvallende gevelontwerp is het resultaat van een zoektocht naar evenwicht tussen eenheid en variatie.

Studentenwoningen worden traditioneel gebouwd door organisaties die zich enkel op studentenhuisvesting toespitsen. De laatste jaren is de markt echter steeds meer in trek bij investeerders. Zo kent Nederland inmiddels bijvoorbeeld zeven vestigingen van The Student Hotel. Daarnaast zijn bestaande panden in studentensteden nog altijd in trek bij ouders van studerende kinderen, die hun geld liever in stenen stoppen dan op de bank laten staan. Maar nieuwbouwontwikkelingen door ouders had Bas Pickkers nog niet eerder gezien.

Na jaren werkzaam te zijn geweest als architect maakte Pickkers een stap naar projectmanagement en initiatie van verschillende ontwikkelingen. Toen tijdens de crisis de woningbouwverenigingen het lieten afweten en honderd studenteneenheden werden toegevoegd aan het programma voor het Veemarktterrein in Utrecht, benaderde hij de gemeente. Traditioneel gezien zou de Stichting Studentenhuisvesting deze opgave worden toebedeeld. Het stadsbestuur stond echter ook open voor nieuwe modellen en schreef een tender uit voor de eerste kavels voor in totaal vijftig studenten.

Fotografie Teo Krijgsman

Pickkers won de tender vanwege de hoge mate van duurzaamheid en participatie. Zo benaderde hij studenten- en studieverenigingen om huurders voor de woningen te vinden, legde contact met het naastgelegen woonzorgcentrum voor ouderen omdat de studenten wellicht wat voor hen konden betekenen, en vond bovendien vijf ouders die bereid waren in het plan te investeren. Aannemer Plegt Vos wist met een prefabbouwsysteem een snelle bouwtijd te halen, wat mede het succes bepaalde. Architecten Mark Graafland en Brim Vermeulen van Bureau Kroner schoven aan bij de tweede ontwikkeling: Ryelanden. Voor hen zat de ontwerpopgave met name in het laten aansluiten van het bouwsysteem, het gevelontwerp en de plattegrond.

Gemeenschappelijke ruimte

De eerste ontwikkeling telde drie verdiepingen met drie studentenkamers van zeventien vierkante meter en een begane grond met een studentenkamer aan de voorzijde en een gedeelde woonkeuken aan de achterzijde. De studenten gaven aan dat ze voor een grotere gedeelde ruimte wel wilden inleveren op hun eigen kamers. Met zes meter breedte, 12,5 meter diepte en een centraal geplaatste trap, maakte Bureau Kroner in het casco van Ryelanden daarom ruimte voor vier studentenkamers van veertien vierkante meter per verdieping. Elke kamer heeft een wastafel, terwijl twee verdiepingen beschikken over een badkamer en apart toilet.

Door vier kamers per verdieping te realiseren kon de gehele begane grond worden vrijgespeeld voor gemeenschappelijk gebruik. Aan de straatzijde ligt naast de hal een riante woonkeuken met ruimte voor een grote eettafel, aan de tuinzijde strekt de woonkamer zich uit over de gehele breedte. Een bezoek aan een van de huizen toont aan dat die ruimte zeker niet overdreven is en het gevoel één huis te vormen zeker ten goede komt. Er is ruimte om je terug te trekken op je kamer, maar dat het draait om het gemeenschappelijke studentenleven, daarvan getuigen ook de bierkratjes in de tuin.

Overmaat

Zelf groeide ik op in een huis dat al 120 jaar staat, maar qua schaal niet veel afwijkt van Ryelanden. Boven ons huis was ruimte voor een studentenhuis met vier studenten, tegenwoordig is daar nog een appartement bijgekomen. Het is juist de overmaat in het casco die in alle eenvoud flexibiliteit mogelijk maakt, zo ook in dit project. Een huis kan bijvoorbeeld worden opgedeeld in vier losse appartementen, waartoe op voorhand de nodige voorzieningen zijn aangelegd, zoals leidingen en mogelijkheden voor extra stroommeters. Het is merkwaardig dat het nog altijd moeite kost de gemeente te overtuigen om af te wijken van de huisje-boompje-beestje-kavelmaat van 5,4 meter.

Fotografie Teo Krijgsman

Waar het hele casco inclusief de binnenspouwbladen uit geprefabriceerde betonnen elementen is opgebouwd, vergde de voorgevel juist maatwerk op de bouwplaats. Het gevelontwerp was een van de uitdagingen van het project. Zoals in veel stedebouwkundige plannen met kavelsgewijze ontwikkeling, was variatie in het gevelbeeld een vereiste. In plaats van terug te vallen op bekende methoden als betonnen gevelbanden of verspringende ramen en metselwerkverbanden, bekeek Bureau Kroner de opgave eerst op een abstracter niveau. Naast diversiteit beoogde Bureau Kroner daarbij ook eenheid in de rij van vijf.

Golvend metselwerk

De gevels verschillen onderling in hoogte en verspringen om en om in diepte. Drie huizen met diepe neggen staan op de rooilijn, terwijl twee huizen een steenmaat naar achteren zijn geschoven. Ook kozen de vijf investeerders tijdens een bezoek aan steenfabrikant Wienerberger allen een eigen type baksteen. De meest opvallende variatie is echter het golvende metselwerk, dat in elke gevel een eigen frequentie heeft. Na overleg met de metselaars zijn de stenen door de architecten in een 3D-model uitgezet met variaties vanaf 2,5 millimeter. Voorts zijn de stenen op maat gezaagd en vakkundig in het werk gemetseld. Het zijn uiteindelijk de slagschaduwen die door de gevelvariaties ontstaan, waardoor deze zuidgevel opvalt.

Voor Graafland voelde het proces deels als locatieloos ontwerpen, de exacte toekomstige context was immers onbekend. Hoewel de vijf woningen nu nog wat eenzaam in het verder lege bouwveld staan, zal tegen beide zijden van de rij worden aangebouwd. Maar ook als onderdeel van een toekomstig straatbeeld zal de vijf-eenheid duidelijk herkenbaar blijven. Tot die tijd zijn het de studenten die op de overgedimensioneerde raamdorpels van een biertje kunnen genieten en daarmee voor levendigheid in dit stukje Veemarkt zorgen.

 

Dit artikel verscheen in het digimagazine Woningbouw, lees hem nu!

Foto's

Reageer op dit artikel